Definitie

Inwoning (Lat. inhabitatio Spiritus Sancti) verwijst naar de blijvende aanwezigheid van de Heilige Geest in de gelovige als persoonlijk woonverblijf. De term is gemeenschappelijk eigendom van alle vijf auteurs in het corpus, maar draagt bij elk een eigen theologische lading: als transformerend principe (Nee/Lee), als verbondsadministratie (Warnock), als historische-feestdagvervulling (Jones), als primaire spreekwijze van God (Noordzij) en als pneumatische bewoning via de geïnspireerde Schrift (Bullinger). Gemeenschappelijk is dat de inwoning de uitwendige religieuze praktijk overstijgt en een inwendige, permanente aanwezigheid van de Geest impliceert.

Gebruik in het corpus

Stephen Jones

Jones verstaat de inwoning als het historische resultaat van de Pinksteruitstorting: God bewoonde voorheen uitwendig (vuur op de berg Sinaï), maar na Hand. 2 inwendig. “Het wezenlijke verschil is dat de vurige aanwezigheid van God niet langer uitwendig op een berg was, maar nu inwendig in mensen.” Daarmee fungeert de gelovige als de nieuwe tempel (1Kor. 3:16). Op persoonlijk niveau staat Pinksteren voor heiliging door de inwonende Geest: “De mensen moeten Pinksteren ook in hun hart ervaren om geheiligd te worden door de Geest.” Maar de huidige inwoning is slechts het onderpand — de volheid van de inwoning wacht op het Loofhuttenfeest. [Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 1 en 10]

George Warnock

Warnock verbindt de inwoning van de Geest direct aan de verbondsadministratie van de verheerlijkte Christus. De Geest administreert het Nieuwe Verbond van binnenuit: “Hij, de Middelaar, is daar in de hemelen om dit verbond te administreren, en dit doet Hij door in ons voort te komen door de Geest der Waarheid.” Dit is de inwendige inscriptie van het Nieuwe Verbond (Jer. 31:33; Hebr. 10:16): “Het is slechts het Nieuwe Verbond zoals Hij het schrijft op de vleesachtige tafelen van het hart. Want dit is het Nieuwe Verbond: de onuitwisbare inschrijving van de gedachten, de wil en het hart van God op de gedachten, de wil en het hart van Zijn volk.” Inwoning is zo geen statische toestand maar een dynamische uitvoering van de verbondsbelofte. [Warnock, Evening and Morning, hfst. 5]

Watchman Nee & Witness Lee

Bij Nee/Lee is de inwoning de meest fundamentele categorie van de hele pneumatologie — zij vormt het hart van Gods economie. De menselijke geest (het Heilige der Heiligen in de driedeling lichaam-ziel-geest) is de eigenlijke woonplaats van Christus en de Heilige Geest: “Wij zijn driedelig: ons lichaam correspondeert met de voorhof, onze ziel met de heilige plaats, en onze menselijke geest met het Heilige der Heiligen, dat de eigenlijke woonplaats is van Christus en Gods tegenwoordigheid.” Gaven zijn dienstbaar aan deze inwoning: “Veel begaafde personen schenken te veel aandacht aan hun gaven en verwaarlozen, meer of minder, de inwonende Christus. De inwonende Christus is het kenmerk van Gods economie, en alle gaven zijn daarvoor.” [Nee/Lee, The Economy of God, hfst. 3-4]

Cees en Anneke Noordzij

Noordzij formuleert de inwoning als Gods primaire spreekwijze aan de gelovige, boven en vóór bijbelstudie: “Nu komt het Woord tot ons als Geest (2Kor. 3:17), om in ons te wonen en om in ons te spreken (Joh. 14:17, 26).” De prioriteitsvolgorde is helder: “Christus moet eerst door het geloof in uw hart woning maken (Ef. 3:17). Gods primaire wijze om tot mensen te spreken is niet door bijbelstudie, maar allereerst door apostelen, profeten, herders en leraars in de ware ekklesia. Daarna komt de fase, dat God rechtstreeks spreekt door de heilige Geest.” Dit onderscheidt Noordzij van meer biblicistisch gerichte pneumatologieën waarbij de Schrift het primaire medium is. [Noordzij, Het Woord Gods en de Schrift]

E.W. Bullinger

Bullinger werkt de inwoning niet als apart locus uit maar veronderstelt haar als het pneumatologische kader van zijn Schrift-theologie. De Heilige Geest die de Bijbel heeft geïnspireerd (2Pet. 1:21) is dezelfde Geest die in de gelovige woont en hem het geestelijk oor geeft om de Schrift te verstaan: “Het geestelijk oor is de directe gave en aanleg van God.” De Geest functioneert zo als selectief redacteur van de canon én als innerlijke leidsvrouwe bij het lezen ervan. [Bullinger, Number in Scripture, Deel I, hfst. I-II]

Verwante termen