Definitie
Cessationisme (van Lat. cessare = ophouden) is de theologische positie dat de bovennatuurlijke gaven van de Heilige Geest — met name tongentaal, profetie en genezing — ophielden na het afsluiten van de apostolische periode of de voltooiing van de nieuwtestamentische canon. Cessationisme staat tegenover continuationisme. Geen van de vijf auteurs in het corpus verdedigt deze positie; zij allen veronderstellen een blijvende werkzaamheid van de Heilige Geest. De term functioneert in het corpus primair als contrastbegrip waartegen de eigen pneumatologie wordt afgegrensd.
Gebruik in het corpus
Stephen Jones
Jones formuleert geen expliciete polemiek tegen cessationisme, maar zijn pneumatologie is structureel onverenigbaar met een cessationistische lezing van Pinksteren. De uitstorting van Hand. 2 is voor hem slechts het onderpand — het voorschot op een toekomstige, grotere uitstorting bij het Loofhuttenfeest. De moadim (aangewezen tijden) van God zijn onverminderd actief: “Evenzo is het Bazuinenfeest het aangewezen tijdstip voor de opstanding van de doden. De Grote Verzoendag is het aangewezen tijdstip voor de gemeente om berouw te tonen… En ten slotte is het Loofhuttenfeest het aangewezen tijdstip voor de verandering in onze lichamen.” Het pneumatologische programma is niet afgesloten maar wacht op verdere vervulling. [Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 1 en 7]
George Warnock
Warnock verwerpt cessationisme impliciet door 1Kor. 13:10 — “wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, zal het onvolkomene afgedaan hebben” — eschatologisch te lezen in plaats van canonisch. De gaven verliezen hun waarde niet door de sluiting van de canon maar pas wanneer de volheid van de liefde als vrucht rijpt: “Al het andere dat behoort tot het gebied van de geestelijke manifestatie moet wijken voor de volheid van de LIEFDE, zoals de eerste stralen van de dageraad wijken voor de opgang van de zon.” De latterregen-verwachting bevestigt dit: er staat een eschatologische uitstorting van de Geest te wachten die de gaven niet opheft maar overstijgt. [Warnock, Evening and Morning, hfst. 2 en 3]
Watchman Nee & Witness Lee
Nee/Lee kennen de gaven een dienende maar blijvende rol toe in de huidige bedeling — zij zijn voor de economie van God (de inwoning van Christus). Tongen worden gerelativeerd maar niet ontkend: “Hoewel Paulus anderen overtrof in tongen, zou hij toch liever vijf begrijpelijke woorden in de samenkomsten spreken dan tienduizend woorden in tongen (1Kor. 14:18-19).” Het gevaar is niet dat gaven zijn opgehouden, maar dat zij worden nagestreefd los van het innerlijk leven van Christus. [Nee/Lee, The Economy of God, hfst. 4]