Definitie
Continuationisme is de theologische positie dat de gaven van de Heilige Geest — inclusief tongentaal, profetie en genezing — actief blijven gedurende het gehele kerkzekerlijk tijdperk, tot de wederkomst van Christus. Continuationisme staat tegenover cessationisme. Alle vijf auteurs in het corpus veronderstellen een voortdurende werkzaamheid van de Geest; zij onderscheiden zich in de nadruk die zij leggen op de aard, het doel en de rangorde van de gaven ten opzichte van de vrucht van de Geest.
Gebruik in het corpus
George Warnock
Warnock verdedigt een continuationistische positie die hem onderscheidt van het klassieke Pinkstermodel: gaven zijn reëel en blijvend actief, maar ondergeschikt aan de eschatologische rijping van de vrucht van de Geest. “In dit rijk verliezen zelfs de gaven van de Geest hun betekenis, zoals de maan haar helderheid verliest bij het aanbreken van de morgen. Het deel maakt plaats voor het geheel; het zaad breekt uit in de spruit, de aar en de volle korenaar. Het geloof leidt tot hoop, en de hoop bloeit open in Liefde.” De wet van de Geest des levens (Rom. 8:2) werkt ononderbroken in de generatie van Christus. Warnock ziet de latterregen als eschatologische bevestiging dat gaven niet zijn opgehouden maar naar een hoogtepunt groeien. [Warnock, Evening and Morning, hfst. 2 en 3]
Stephen Jones
Jones’ pneumatologie is eschatologisch-progressief en structureel continuationistisch: het Pinksterprogramma bestaat als onderpand in afwachting van de volheid bij het Loofhuttenfeest. De moadim — Gods aangewezen tijden — zijn onverminderd actief. De uitstorting van Pinksteren is het begin, niet het eindpunt: “Dit zal de laatste grote opwekking en uitstorting van de Heilige Geest ontketenen die niet zal ophouden.” De definitieve uitstorting geschiedt op de achtste dag van het Loofhuttenfeest — een eschatologische vervulling die de huidige Pinksterervaring overstijgt. [Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 7 en 10]
Watchman Nee & Witness Lee
Nee/Lee zijn impliciet continuationistisch: gaven zijn actief maar dienend aan de inwoning van Christus als het eigenlijke doel van Gods economie. Beide aspecten van de Geest zijn in de huidige bedeling beschikbaar en noodzakelijk: “Wij hebben de Heilige Geest van de Opstandingsdag als leven in ons nodig en de Heilige Geest van de Pinksterdag als kracht op ons. De vervulling van de Heilige Geest is innerlijk noodzakelijk; de bekleding van de Heilige Geest is ook uiterlijk noodzakelijk.” [Nee/Lee, The Economy of God, hfst. 2]