Definitie

Geestesdoop (ook: doop in de Geest; Gr. baptisma en pneumati) verwijst naar de bijzondere ontvangst of overgieting van de Heilige Geest, door klassiek Pinkstergeloof onderscheiden van wedergeboorte als een nader, afzonderlijk genadewerk. Over de relatie van de geestesdoop tot wedergeboorte, de rol van tongentaal als bewijs en de eschatologische plaats van de Pinksterervaring bestaan in het corpus wezenlijke verschillen. Geen van de auteurs verdedigt de klassieke Pinksterleer ongewijzigd; allen relativeren of herdefiniëren de geestesdoop in een bredere eschatologische of economische context.

Gebruik in het corpus

Watchman Nee & Witness Lee

Nee/Lee onderscheiden twee afzonderlijke functies van de Heilige Geest die aan twee historische momenten zijn verbonden: de Geest van de Opstandingsdag (leven, inwendig) en de Geest van de Pinksterdag (kracht, uitwendig). Op de Opstandingsdag blies Christus de Geest in de discipelen (Joh. 20:21-22) — dit was de mededeling van leven. Op Pinksterdag daalde de Geest neer als bekleding met gezag voor dienst (Hand. 1:8). “Op de dag van de Opstanding, de dag van het leven, ging de Heilige Geest uit de Heer voort en trad Hij als de adem van leven in de discipelen. Maar op de dag van Pinksteren, de dag van de kracht, daalde de Heilige Geest neder van het verhoogde en gekroonde Hoofd en rustte op de discipelen als bekleding met gezag voor de dienst.” Beide dimensies zijn noodzakelijk: “Wij hebben de Heilige Geest van de Opstandingsdag als leven in ons nodig en de Heilige Geest van de Pinksterdag als kracht op ons.” De geestesdoop als Pinksterervaring is de uitwendige dimensie; zij is onvolledig zonder de innerlijke wedergeboorte. [Nee/Lee, The Economy of God, hfst. 2]

Stephen Jones

Jones herinterpreteert de geestesdoop eschatologisch-typologisch. De Pinksteruitstorting van Hand. 2 is het onderpand — de aanbetaling van de Geest (2Kor. 1:22; Ef. 1:14) — niet de volheid. De geestesdoop in de huidige bedeling is de Pinksterfase: “De tweede fase van de verlossing is de Pinksterervaring, die de wetgeving bij Horeb herdenkt. Pinksteren betekent het schrijven van de wet op onze harten door het horen van het Woord… Tegelijkertijd begint Pinksteren bij de berg Horeb en stelt het ons in staat om door de Geest te worden geleid in onze woestijnwandeling.” De volheid van de geestesdoop — de volledige inwoning van de Geest ook in het lichaam — behoort tot het Loofhuttenfeest: “Pinksteren geeft ons ook het onderpand of earnest van de Geest (2Kor. 1:22; 5:5; en Ef. 1:14). We hebben een onderpand van de erfenis ontvangen totdat het eigendom vrijgekocht wordt — dat wil zeggen de verlossing van het lichaam (Rom. 8:23).” [Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 10]

George Warnock

Warnock werkt de geestesdoop niet als klassiek tweestaps-systeem uit maar benadrukt de wet van de Geest des levens (Rom. 8:2) als het kader waarbinnen de Geest werkt. De zuiderwind (Hoogl. 4:16) als type van de Geest brengt vrucht voort na ontlediging — een pneumatologie die het accent legt op de inwendige werking van de Geest in het leven van de gelovige, niet op een moment van bekleding. Warnock’s continuationistische positie onderscheidt hem van het klassieke Pinkstermodel: gaven en vrucht zijn beide reëel, maar de vrucht van de Geest als eschatologische rijping is het einddoel. [Warnock, Evening and Morning, hfst. 2 en 4]

Verwante termen