Definitie

Onderpand (Gr. ἀρραβών arrabon; ook: earnest, aanbetaling) is de nieuwtestamentische term voor de Heilige Geest als eerste termijn of garantie van de toekomstige volledige erfenis. De term komt voor in 2Kor. 1:22, 2Kor. 5:5 en Ef. 1:14. Het arrabon is een juridisch begrip uit de Hellenistische handel: een aanbetaling die zowel de ernst van de toezegging garandeert als de volledige betaling in het vooruitzicht stelt. Bij Jones is het onderpand het sleutelbegrip waarmee de Pinksterervaring in haar eschatologische begrenzing en haar eschatologische belofte tegelijk wordt verstaan.

Gebruik in het corpus

Stephen Jones

Jones plaatst het onderpand-motief in het hart van zijn feestdagen-pneumatologie. De Pinksterervaring is reëel en heilzaam, maar niet de volheid — zij is het voorschot. “Pinksteren geeft ons ook het onderpand of earnest van de Geest (2Kor. 1:22; 5:5; en Ef. 1:14). We hebben een onderpand van de erfenis ontvangen totdat het eigendom vrijgekocht wordt — dat wil zeggen de verlossing van het lichaam (Rom. 8:23).” En elders scherper: “De apostel Paulus zegt natuurlijk dat wij slechts een onderpand ofwel aanbetaling van de Geest hebben ontvangen (2Kor. 1:22; 5:5).”

Het onderpand-begrip fungeert bij Jones als kritiek op iedere pneumatologie die de Pinksterervaring als het eindpunt beschouwt. De gelovige die bij het onderpand blijft staan, heeft de volledige erfenis nog niet ontvangen. De verlossing van het lichaam — de verheerlijking bij het Loofhuttenfeest — is de volheid waarop het onderpand wijst. Pinksteren is de fase van leiding door de Geest in de woestijn; het Loofhuttenfeest is het Beloofde Land van de volle inwoning. Dit maakt het onderpand ook een motief van hoop: de Geest die nu als aanbetaling aanwezig is, garandeert de toekomstige volheid. [Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 10]

Verwante termen