Definitie

Moadim (Hebreeuws: מוֹעֲדִים; enkelvoud: moëd) zijn de door God aangewezen tijden of samenkomsten, vastgesteld in Lev. 23. De term betekent letterlijk ‘vaste tijden’, ‘samenkomsten’ of ‘aangewezen uren’ en verwijst naar de zeven feesttijden van Israël als profetische kalender van Gods heilshandelend optreden in de wereldgeschiedenis. Bij Jones vormen de moadim het typologisch raamwerk waarbinnen alle pneumatologische gebeurtenissen — de uitstorting van de Geest, de opstanding, de voleinding — worden geïnterpreteerd: God handelt niet willekeurig maar op nauwkeurig aangewezen tijdstippen.

Gebruik in het corpus

Stephen Jones

Jones legt het principe van de moadim uit aan de hand van de historische precisie van de Pinksteruitstorting: God liet de discipelen wachten totdat niet alleen de juiste dag maar zelfs het exacte uur was aangebroken. “Het derde uur van de dag was het moment waarop de priester in de tempel het Pinksteroffer van twee tarwebroden die met zuurdesem gebakken waren aan God offerde (Lev. 23:17). De discipelen hadden ongetwijfeld de Heilige Geest eerder willen ontvangen, maar God liet hen wachten tot het aangewezen tijdstip — niet alleen de juiste dag, maar zelfs het precieze uur van de dag. Dit toont hoe belangrijk de timing voor God zelf is.”

Dit moadim-principe strekt zich uit over alle grote eschatologische gebeurtenissen: “Omdat het Pinksterfeest het aangewezen tijdstip was, was het de dag waarop de Geest naar de discipelen in de bovenzaal zou worden gezonden. Evenzo is het Bazuinenfeest het aangewezen tijdstip voor de opstanding van de doden. De Grote Verzoendag is het aangewezen tijdstip voor de gemeente om berouw te tonen en te rouwen over haar weigering om de volheid van de Geest, haar ‘Beloofde Land’, in te gaan. En ten slotte is het Loofhuttenfeest het aangewezen tijdstip voor de verandering in onze lichamen.”

De moadim zijn voor Jones de sleutel tot bijbelse hermeneutiek: wie de aangewezen tijden begrijpt, begrijpt het pneumatologische programma van God. De Geest werkt niet buiten de moadim om — Hij is er juist op gebonden. [Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 1 en 7]

Verwante termen