Definitie

Het jubeljaar (Hebreeuws: יוֹבֵל yovel; Lev. 25) was het 50e jaar in de Mozaïsche cyclus: alle slaven werden vrijgelaten, alle schulden kwijtgescholden, alle grond teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaar. In Jones’ soteriologisch systeem is de jubeljaarswet niet slechts een historisch-sociale Israëlitische instelling maar het meest fundamentele principe van Gods schepping: alles keert uiteindelijk terug naar zijn Schepper-Eigenaar. Het jubeljaar is daarmee de soteriologische structuur van de apokatastasis.

Gebruik in het corpus

Stephen Jones

Jones werkt de jubeljaarswet uit als het structurerend principe van zijn gehele soteriologie. De jubeljaarscyclus (7 × 7 + 1 = 49 + 1 = 50) is ingebed in de scheppingsorde en bepaalt de tijdstructuur van de verlossingsgeschiedenis. Christus kondigde het jubeljaar aan in zijn eerste prediking (Luc. 4:18-19 als citaat van Jes. 61:1-2). De eschatologische apokatastasis is de kosmische Jubeljaar-vervulling: alle “vervreemde bezittingen” (mensen als Gods eigendom) keren terug. [Jones, Creation’s Jubilee, H7; The Restoration of All Things, H7]

E.W. Bullinger

Bullinger verbindt het jubeljaar aan zijn numerologische exegese van getal 7 als het getal van voltooiing en rust: de jubeljaarscyclus is een verdubbeling van de sabbatsstructuur (7 × 7) die uitloopt op de grote bevrijding van het 50e jaar. [Bullinger, Number in Scripture]

Herkomst

Het woord yovel verwijst mogelijk naar de ramshoorn (shofar) waarmee het jubeljaar werd ingeluid (Lev. 25:9). In Lev. 25:10 luidt de instructie: “Heilig het vijftigste jaar en kondig vrijheid af in het land voor al zijn inwoners.” Het jubeljaar is historisch omstreden als daadwerkelijk-uitgevoerde instelling, maar als symbolisch-theologisch principe heeft het een rijke uitlegtraditie.

Verwante termen