Definitie

Apokatastasis (Grieks: ἀποκατάστασις) betekent letterlijk “herstelling” of “terugplaatsing in de oorspronkelijke toestand.” Als soteriologische term verwijst het naar de leer dat God uiteindelijk alle dingen — inclusief alle mensen en mogelijk alle geestelijke wezens — zal herstellen en met Zichzelf verzoenen. De term verschijnt als Bijbelse grondplaats in Hand. 3:21: “hem, die de hemel moet opnemen tot de tijden van de apokatastasis van alle dingen.”

Gebruik in het corpus

Stephen Jones

Jones beschouwt apokatastasis als “het geheim van Zijn wil” — niet een speculatieve randpositie maar het centrale geheim van het evangelie dat Paulus drie jaar in de woestijn ontving. Hij beroept zich op Kol. 1:19-20 (“alle dingen met Hem te verzoenen, hetzij op aarde hetzij in de hemel”) en Joh. 12:32 (“zal allen tot Mij trekken”) als convergerend bewijs: “Dit is het mysterie, het geheim, dat Jezus aan Paulus heeft geopenbaard.” Jones plaatst apokatastasis nadrukkelijk tegenover eeuwige straf: universele restauratie en sterke predestinatie zijn bij hem volledig verenigbaar. [Jones, Creation’s Jubilee, H5]

Cees Noordzij

Noordzij hanteert apokatastasis in samenhang met zijn visie op de universele bevrijding van de schepping (Rom. 8:18-25). Voor hem is het herstel niet slechts de redding van individuen maar de eschatologische verlossing van de gehele kosmos van de “vruchteloosheid” waaraan zij onderworpen is. [Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, §2]

Herkomst

Het woord verschijnt in de Septuaginta (LXX) voor de terugkeer van een land naar zijn eigenaar in het jubeljaar (Lev. 25). In de patristiek werd de term gezaghebbend gebruikt door Origenes (Peri Archōn III.6), die een universele herstelcyclus leerde, en door Gregorius van Nyssa. Augustinus verwierp de leer; het Tweede Concilie van Constantinopel (553) veroordeelde Origenes’ apokatastasis.

Verwante termen