Definitie

Aionian (Grieks: αἰώνιος) is het adjectief afgeleid van aiōn (tijdperk, eeuw). In de klassieke bijbelvertaling wordt αἰώνιος standaard vertaald als “eeuwig” of “eindeloos,” maar een filologische minderheidslezing — centraal in het restaurationistische corpus — verdedigt dat het woord “tijdperk-gebonden” of “van een tijdperk” betekent: duur bepaald door het betreffende tijdperk, niet door absolute eindeloosheid.

Gebruik in het corpus

Stephen Jones

Jones maakt van de aionian-kwestie het filologische spil van zijn soteriologie. Zijn kernargument: olam (Hebreeuws equivalent) en aiōn worden in de Schrift consequent gebruikt voor afgebakende tijdperken, nooit voor absolute eeuwigheid. Dit betekent dat “aioniaal oordeel” (Hebr. 6:2) en “aioniaal vuur” (Matt. 18:8) verwijzen naar een straf die de duur van een tijdperk heeft, maar niet oneindig. Jones beroept zich op Appianus (Rōmaika) en klassiek Grieks woordgebruik als buitenbijbels bewijs. Zijn conclusie: de traditionele vertaling “eeuwig” introduceert een begrip in de tekst dat de Griekse woorden niet dragen. [Jones, The Restoration of All Things, H3]

Herkomst

Aiōn (αἰών) stamt van het Griekse aei (altijd) + on (zijnde), maar in feitelijk gebruik duidt het op een afgebakende tijdsspanne: “tijdperk,” “levenstijd,” “wereldperiode.” Het verwante adjectief αἰώνιος verschijnt 71 keer in het NT, waarvan 44 maal in “aiōnios leven.” De vertaalgeschiedenis (Vulgaat: aeternus) heeft sterk bijgedragen aan de “eeuwig”-interpretatie.

Verwante termen