Definitie

Universalisme is de soteriologische positie die stelt dat alle mensen uiteindelijk worden gered, zonder onderscheid. In brede zin is het synoniem met apokatastasis, maar in het corpus wordt het doorgaans als foil of contrast-term gebruikt: het beschrijft de positie die het oordeel bagatelliseert of Gods rechtvaardigheid verwaarloost. Jones en Noordzij distantiëren zich van het etiket “universalisme,” terwijl ze materieel een universele verlossing verdedigen — hun voorkeur is restaurationisme.

Gebruik in het corpus

Stephen Jones

Jones verwerpt “universalisme” als label voor zijn eigen positie: “Ik ben geen universalist in de gewone betekenis van dat woord.” Hij kritiseert het klassieke universalisme omdat het oordeel te licht telt of negeert. Zijn restaurationisme onderscheidt zich door te erkennen dat God werkelijk oordeelt en straft — maar dat dit oordeel corrigerend en eindelijk is, niet eeuwig. Noordzij gebruikt het woord nauwelijks maar impliceert zijn positie door de kosmos-als-geheel te betrekken bij de verlossing. [Jones, The Restoration of All Things, H2]

Cees Noordzij

Noordzij gebruikt “universalisme” niet als zelfbeschrijving. Zijn apokatastasis-visie is kosmisch maar verbonden aan Gods heilig karakter en het heiligingsproces.

Herkomst

“Universalisme” stamt van het Latijnse universalis (alomvattend). Als theologische term duikt het op in vroege patristieke debatten (Origenes’ herstelvisie) en werd als formele positie veroordeeld op het Tweede Concilie van Constantinopel (553). In 20e-eeuwse theologie is het opgepikt door Karl Barth (objectieve verzoening van alle mensen in Christus) en diverse vrijzinnige tradities.

Verwante termen