Definitie

Antinomisme (van Grieks anti = tegen + nomos = wet) is de theologische positie dat christenen bevrijd zijn van elke normatieve werking van de wet, zodat morele normen voor hen niet meer bindend zijn. De bevrijding van de wet wordt dan geïnterpreteerd als absolute wetteloosheid. Warnock verwerpt antinomisme als misverstand van de pneumatologische vrijheid en onderscheidt het zorgvuldig van de bijbelse leer over leiding door de Geest — die vrijheid van de wet én heiliging omvat.

Gebruik in het corpus

George Warnock

Warnock stelt het antinomisme uitdrukkelijk tegenover zijn eigen pneumatologische positie. Vrijheid van de wet is voor hem geen wetteloosheid maar de realisering van vitale unie met Christus door de Geest: “‘Als u door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet’ (Gal. 5:18). God wil ons in deze dag van Zijn heerlijkheid volkomen vrij maken van de wet. Maar dit is alleen zo naarmate wij gevangenen worden van de Zoon.” Ware vrijheid bestaat erin gebonden te worden aan de Zoon “met banden van de Geest die iemand effectief en experiëntieel bevrijden van de vroegere gebondenheid aan zonde en zelf.” De Geest maakt vrij van wetticisme én van zonde — niet van de een door de ander, maar van beide tegelijk. Antinomisme mist deze positieve vulling: het is een negatieve vrijheid zonder de Geest als levende gids. [Warnock, Evening and Morning, hfst. 4]

Verwante termen