Definitie
De inwendige mens (inner man; vgl. Ef. 3:16; 2Kor. 4:16; Rom. 7:22) is bij Nee/Lee de menselijke geest als het innerlijke receptie-orgaan voor de Heilige Geest — onderscheiden van de ziel (gevoelens, denken, wil) en het lichaam. De inwendige mens is het hart van de driedelingsanthropologie van Nee/Lee: lichaam = uiterste laag (voorhof), ziel = middelste laag (heilige plaats), geest = binnenste kern (Heilige der Heiligen). Alleen door de inwendige mens — de menselijke geest — kan de gelovige contact maken met de Heilige Geest en het leven van Christus ontvangen.
Gebruik in het corpus
Watchman Nee & Witness Lee
Witness Lee beschrijft de inwendige mens als het dorstige centrum van de gelovige, dat gelaafd wordt door de inwonende Geest: “Wanneer u dorstig bent, betekent dit dat uw geest, uw inwendige mens, droog is. Maar wanneer u contact maakt met de Heer Jezus, duurt het niet lang voordat u zich besproeid voelt.” Het practische voorstel is eenvoudig: “Kom eenvoudigweg tot de Heer in uw geest voor een persoonlijk contact met Hem” en “Door uw geloof en uw geest te oefenen om de opgestegen Christus op uw situatie toe te passen, zult u onmiddellijk een levende stroom van binnen in u gewaarworden.”
De inwendige mens is niet passief maar moet actief worden geoefend — dit is het synergistische element in de pneumatologie van Nee/Lee. De Heilige Geest woont in de inwendige mens en van daaruit vernieuwt Hij de ziel en transformeert Hij de hele persoon (2Kor. 3:18). Nee/Lee betogen dat de inwendige mens stelselmatig wordt verwaarloosd in het institutionele christendom, dat de Schrift verstandelijk benadert zonder de geest in te zetten: “Wij leren slechts leerstellingen in zwart-witte letters. Wij moeten de Schriften lezen door onze geest in te zetten om contact te maken met de Heilige Geest, niet door onze ogen te gebruiken om woorden te zien en onze geest louter in te zetten om zijn leerstellingen te begrijpen.” [Nee/Lee, The All-inclusive Christ, hfst. 2-4; The Economy of God, hfst. 3]