Definitie
Πνεῦμα (Grieks: πνεῦμα) betekent letterlijk ‘adem’, ‘wind’ of ‘geest’ en is de centrale nieuwtestamentische term voor zowel de Heilige Geest als de menselijke geest. Het onderscheid tussen deze twee referenten — aangeduid door de al-dan-niet-hoofdletter in het Grieks — vormt een hermeneutisch grondprincipe in het corpus. De Heilige Geest (πνεῦμα ἅγιον) is de derde Persoon van de Drie-eenheid; de menselijke geest is het ontvangst-orgaan waarmee de gelovige Gods tegenwoordigheid ontvangt. Joh. 3:6 bevestigt de distinctie: “wat uit de Geest geboren is, is geest” — twee referenten in één zin.
Gebruik in het corpus
E.W. Bullinger
Bullinger noteert dat πνεῦμα in de Openbaring precies 14 maal voorkomt — een meervoud van 7, het getal van geestelijke volmaaktheid: “Geest, 14 maal, Πνεῦμα, 1:10, 2:7,17,29, 3:1,6,13,22, 4:5, 5:6, 11:11, 14:13, 22:17.” Dit is voor hem empirisch bewijs dat de Heilige Geest als actieve auteur de woordfrequenties van de Schrift heeft bepaald. Geestelijk gewichtige woorden verschijnen steeds in meervouden van 7, en de aanwezigheid van πνεῦμα in de Apocalyps bevestigt zowel de verbaal-letterlijke inspiratie als de eschatologische betekenis van de werkzaamheid van de Geest. Bullinger verwijst ook naar 2Pet. 1:21 als bijbels anker: de Schrift-schrijvers werden “bewogen door de Heilige Geest.” [Bullinger, Number in Scripture, Deel I, hfst. II]
Watchman Nee & Witness Lee
Bij Nee/Lee is de tweedeling van πνεῦμα het pneumatologische grondaxioma. De menselijke geest is het Heilige der Heiligen van de driedeling lichaam-ziel-geest: “Wij zijn driedelig: ons lichaam correspondeert met de voorhof, onze ziel met de heilige plaats, en onze menselijke geest met het Heilige der Heiligen, dat de eigenlijke woonplaats is van Christus en Gods tegenwoordigheid.” De Heilige Geest en de menselijke geest zijn vervolgens “vermengd tot één geest” (1Kor. 6:17) — een eenwording zonder identificatie: “Wij zijn één geest met de Heer, maar één die duidelijk vermengd is met de Heilige Geest. Zulk een vermengde geest maakt het voor iemand moeilijk te zeggen of dit de Heilige Geest of de menselijke geest is.” [Nee/Lee, The Economy of God, hfst. 3]
Stephen Jones
Jones benadrukt de transitie die Pinksteren markeert in de bewoning van πνεῦμα: van uitwendig (vuur op de berg Sinaï) naar inwendig (vuur op de discipelen). “Het wezenlijke verschil is dat de vurige aanwezigheid van God niet langer uitwendig op een berg was, maar nu inwendig in mensen. Bovendien aanvaardde God het Pinksteroffer door vuur niet in de tempel. In plaats daarvan aanvaardde Hij de discipelen zelf.” Daarmee is de gelovige de nieuwe tempel van het πνεῦμα (1Kor. 3:16), en is de economie van Gods tegenwoordigheid structureel veranderd. [Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 1]