Definitie (huisstijl)
“Levendmakende Geest” is de uitdrukking die Paulus gebruikt in 1 Kor. 15:45 voor de verhoogde Christus na de opstanding: “De laatste Adam werd een levendmakende geest” (πνεῦμα ζῳοποιοῦν). Dit verbindt de opgestane Christus met de Heilige Geest op een wijze die theologisch complex is: niet dat Christus en de Geest dezelfde Persoon zijn, maar dat de glorificeerde Christus zo volledig door de Geest werkt dat “de Geest van Christus” (Rom. 8:9) en “Christus in u” (Rom. 8:10) functioneel samenvallen. 2 Kor. 3:17 voegt toe: “Nu is de Heer de Geest.”
Op apokatastasis.wiki is dit begrip bijzonder relevant via Nee/Lee: de opgestane Christus heeft alle zeven heilshistorische elementen (goddelijke natuur, incarnatie, menselijk leven, dood, opstanding, hemelvaart, troonsbestijging) in de alomvattende Geest geplaatst. Wie de Geest ontvangt, ontvangt de volledige, alomvattende Christus.
Gebruiksvarianten per auteur
Nee/Lee
Lee beschrijft de pneumatologisch-christologische transitie na de opstanding als een radicale verrijking van de Geest:
“De heilige Geest na des Heren hemelvaart is niet meer dezelfde als de Geest van God in de Oudtestamentische tijden. De Geest van God in het Oude Testament had slechts één element — de goddelijke natuur van God. Vandaag echter zijn onder het nieuwtestamentse heilsbestel alle zeven elementen van Christus in de Geest geplaatst, en als zodanig is deze alles omvattende Geest in ons gekomen.”
[Lee, The Economy of God, hfst. 1]
Rechtstreeks aansluitend op 1 Kor. 15:45 en 2 Kor. 3:17:
“De laatste Adam werd een levendmakende geest (1 Kor. 15:45). Nu is de Heer de Geest (2 Kor. 3:17).”
[Lee, The Economy of God, hfst. 1 en 2]
Bij Lee is “levendmakende Geest” de alomvattende christologische synthese: alles wat Christus in zijn heilshistorisch handelen heeft volbracht — van menswording tot troonsbestijging — is nu werkzaam aanwezig in de Geest die in gelovigen woont. De Geest is niet een gedeeltelijke uitstorting maar de volkomen Christus in pneumatische vorm.