Definitie
Transmissie (Nee/Lee: transmission; Lat. transmissio = overdracht, doorgifte) is de functionele benaming voor de rol van de Heilige Geest als de eindvorm waarin God tot de mens komt: de Geest draagt alles wat de Vader in de Zoon is en heeft over aan de menselijke geest van de gelovige. Transmissie is daarmee niet een eigenschap van de Geest naast andere, maar de pneumatologische definitie van zijn economische functie in de heilsgeschiedenis. Het begrip vormt bij Nee/Lee het pendant van oikonomia (de economie van God): de oikonomia beschrijft de trinitarische structuur; transmissie beschrijft de werking ervan op het niveau van de afzonderlijke gelovige.
Gebruik in het corpus
Watchman Nee & Witness Lee
Nee/Lee formuleren transmissie als de quintessens van de trinitarische economie: “God de Vader is de bron; God de Zoon is de loop en de uitdrukking van de Vader; en God als de Geest is de overdracht van God in de mens. Derhalve is de Vader de Geest, de Zoon is ook de Geest, en de Geest is uiteraard de Geest. De Vader is in de Zoon, de Zoon is in de Geest, en de Geest is in ons als de overdracht van God, die voortdurend alles wat God is en heeft in Christus overgeeft.”
De inhoud van deze transmissie is de totaliteit van het heilswerk van Christus: “Heeft u ooit beseft dat de Heilige Geest de beste ‘dosis’ ter wereld is? Slechts één dosis is voldoende om aan al onze nood te voldoen. Alles wat de Vader en de Zoon zijn en hebben, is in deze wonderbaarlijke Geest. Bedenk hoeveel elementen in deze dosis zitten: Gods goddelijke natuur, Zijn menselijke natuur, Zijn menselijk leven met zijn aardse lijden, de wonderbare werking van Zijn dood, Zijn opstanding, Zijn hemelvaart en Zijn troonsbestijging.”
Transmissie is geen eenmalige overdracht maar een voortdurend proces: “Deze Heilige Geest, met de volheid van de Vader in de rijkdom van de Zoon, is in onze menselijke geest gekomen en woont daar om alles wat God is in ons wezen in te prenten.” De uitkomst van deze transmissie is de vermenging (mingling) van de goddelijke en menselijke geest tot één functionerende eenheid (1Kor. 6:17). [Nee/Lee, The Economy of God, hfst. 2]