Definitie
Genade (Grieks: χάρις, charis; Latijn: gratia) is Gods vrijwillige, onverdiende goedheid jegens zondaren. In de klassieke protestantse theologie is genade het fundament van de verlossing: sola gratia. In het corpus draagt genade meerdere ladingen: getallensymbolisch 5² (Bullinger), onbegrensde rijkdom in de opgestane Christus (Nee/Lee), wettelijke structuur die vrijheid schept maar ook eist (Jones), kracht die “much more” is dan de macht van de zonde (Warnock).
Gebruik in het corpus
E.W. Bullinger
Genade heeft voor Bullinger de getalswaarde 5, en heil (σωτηρία) de waarde 5² = 25. Dit legt een structurele relatie: heil is “genade op genade” (Joh. 1:16). Het evangelie van God — soevereine genade — staat tegenover het “evangelie van de mens” dat menselijke inspanning introduceert. Genade is bij Bullinger strikt monergistisch: zij sluit alle menselijke bijdrage uit. [Bullinger, Number in Scripture]
Watchman Nee & Witness Lee
Lee omschrijft genade als “de onbegrensde rijkdom van de opgestane Christus” die wordt ervaren door de inwoning van de Geest. Genade is niet primair een juridisch-forensisch begrip maar een levende realiteit: het is Christus zelf die in de gelovige woont en zijn genade dispenseert. De rijkdom van de genade is onuitputtelijk omdat de opgestane Christus onuitputtelijk is. [Nee/Lee, The All-inclusive Christ]
Stephen Jones
Voor Jones heeft genade ook een wettelijk-juridische component: de jubeljaarsstructuur is zelf een genadewet die bevrijding afdwingt op grond van het verstrijken van tijd. Genade is niet willekeurig maar ingebed in een rechtvaardige orde. Dit onderscheidt zijn restaurationisme van sentimenteel universalisme: Gods genade werkt via wet en oordeel, niet ondanks hen.
George Warnock
Warnock benadrukt Rom. 5:15-21: genade is “veel meer dan” de kracht van de zonde. Christus’ genade overtreft Adams val quantitatief en kwalitatief. Dit is voor hem de bijbelse grondslag van zijn nadruk op volkomen overwinning en heiligmaking.