Definitie
Heiligmaking is het heilsproces waardoor de gelovige werkelijk gelijkvormig wordt aan Christus, onderscheiden van de toe-eigening van zijn rechtvaardigingsstatus. In het corpus is het een van de meest omstreden begrippen: de auteurs zijn het oneens over aard (progressief vs. crisis-moment), instrument (Geest vs. vlees kruisigen vs. feesten) en einddoel (volledige heiligmaking voor de opname vs. eschatologische manifestatie).
Gebruik in het corpus
Watchman Nee & Witness Lee
Heiligmaking is de progressieve toe-eigening van de all-inclusive Christus als het Land: de gelovige “bezit het Land” door de krachten van Christus’ opstanding en dood te ervaren. Het kruis doodt het ziele-leven (de ongeordende ziel); de opstanding geeft het geestelijke leven kracht. Heiligmaking is niet morele verbetering maar ontologische transformatie door de inwonende Christus. [Nee/Lee, The All-inclusive Christ]
George Warnock
Heiligmaking is de Dag-van-Verzoening-fase in zijn driefeesten-structuur. De kerk heeft historisch nooit de volledige heiligmaking bereikt — “De werkelijke overwinning op zonde en de vleselijke natuur ligt nog voor de Kerk van God in het verschiet.” Warnock onderscheidt gedeeltelijke Pinksterervaring van de volle heiligmaking die het Loofhuttenfeest symboliseert. [Warnock, The Feast of Tabernacles, H7]
Cees Noordzij
Heiligmaking is voor Noordzij zelfontlediging en kruisiging van het vlees met zijn hartstochten (Gal. 5:24). Hij koppelt het aan de processieve zoonschapsleer: heiligmaking is de weg van anagennao naar volle huiothesia.
Stephen Jones
Jones verbindt heiligmaking aan de drieoogststructuur: Pascha (rechtvaardiging), Pinksteren (eerste Geest-ervaring), Loofhuttenfeest (volle heiligmaking en manifestatie). Heiligmaking is de Pinksteren→Loofhutten-beweging — de eerstelingen moeten dit als eersten voltooid hebben.