Definitie
Zoonschap (Grieks: υἱοθεσία huiothesia) verwijst naar de positie en bestemming van gelovigen als kinderen en zonen van God. In het corpus is het een van de meest beladen begrippen: het overstijgt het beginpunt van het kindschap (wedergeboorte) en wijst op de eschatologische maturering tot volle gelijkvormigheid aan de Zoon. Drie onderscheiden accenten: transformatieve bestemming (Noordzij), corporatieve eschatologische vervulling in de Manchild (Jones), en manifestatie van de zonen Gods als eschatologische climax (Warnock).
Gebruik in het corpus
Cees Noordzij
Zoonschap is voor Noordzij de centrale soteriologische categorie, verbonden aan huiothesia (Rom. 8:15, 23; Gal. 4:5). Het is niet slechts de juridische status als kind van God maar het transformatieve worden-tot-gelijkvormigheid aan de Zoon: het kind Gods groeit naar de maat van de volwassen Zoon. Het openbaar worden van de zonen Gods (Rom. 8:19) is het eschatologische einddoel van de gehele schepping. [Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, §3]
Stephen Jones
Jones verbindt zoonschap aan de corporatieve Manchild (Openb. 12): de eerstelingen die volledig naar het beeld van Christus zijn gevormd, vormen samen de corporatieve Zoon die wordt “opgenomen naar de troon.” Zoonschap is bij Jones collectief: niet individueel maar als een lichaam van overwinnaars die de volle maturiteit bereiken. [Jones, Creation’s Jubilee, H5]
George Warnock
Warnock spreekt over de “manifestatie van de zonen Gods” (Rom. 8:19) als de soteriologische climax waartoe de Loofhuttenfeest-vervulling leidt. De zonen Gods zijn de overwinnaars die het koninkrijk Gods handhaven en uitdragen. Dit is de eschatologische horizon van zijn ecclesiologie en soteriologie. [Warnock, The Feast of Tabernacles, H7]