Definitie
Vlees (Grieks: σάρξ sarx) heeft in het corpus een hamartologisch-soteriologische lading: het duidt op de gevallen menselijke natuur, de Adamitische erfenis die zich verzet tegen Gods Geest. Het is niet identiek aan het lichaam (als fysiek orgaan), maar aan de menselijke natuur zoals die door de zonde gecorrumpeerd is en vanuit zichzelf niet in staat is God te behagen. Het vlees is het terrein dat Christus aan het kruis heeft gekruisigd; heiligmaking is voor een deel de processieve werking van die kruisiging.
Gebruik in het corpus
E.W. Bullinger
Bullinger benadrukt de absolute onherstelbaarheid van het vlees: de oude natuur is niet vatbaar voor verbetering of religieuze discipline. Alleen de radicale dood (sterven met Christus) en wedergeboorte kunnen veranderen wat het vlees niet kan. Dit is de hamartologische grondslag van zijn monergisme: als het vlees niets kan bijdragen, kan de verlossing alleen van God komen.
Cees Noordzij
Noordzij koppelt vlees aan de kruisiging: “de kruisiging van het vlees met zijn hartstochten en begeerten” (Gal. 5:24) is de weg van heiligmaking. Het vlees is de tegenkracht die door zelfontlediging en overgave aan het kruis moet worden overwonnen. [Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap]
Watchman Nee & Witness Lee
Nee/Lee onderscheidt het vlees (de oude mens, de Adamitische zielekracht) van de menselijke geest (die door de Geest wordt vernieuwd). Het vlees is gelijkgesteld aan de ongeleide ziel; heiligmaking is het leren onderscheiden van geest en ziel, en het kruisigen van de zielekrachten die zich los van God uitdrukken. [Nee/Lee, The Economy of God]