Definitie

Anagennao (Grieks: ἀναγεννάω) betekent “opnieuw baren” of “opnieuw doen geboren worden.” Het woord verschijnt in 1 Pet. 1:3 en 1:23 voor de wedergeboorte door de opstanding van Christus en het levende woord van God. De morfologische analyse — ana (opnieuw, wederom) + gennaō (voortbrengen, baren) — legt de nadruk op het herhaalkarakter en het procesmatige aspect van de geboorte, in contrast met een eenmalig moment-begrip van bekering.

Gebruik in het corpus

Cees Noordzij

Noordzij benadrukt het procesmatige karakter van anagennao: de wedergeboorte is niet een enkelvoudig keerpuntmoment maar een wordingsproces dat analogie heeft met de conceptie en geboorte van Maria. De component ana (opnieuw) wijst op een herstelbeweging — de menselijke geest die terug wordt gebracht tot wat God oorspronkelijk bedoelde. In zijn soteriologisch schema is anagennao de opening van de heilsweg naar zoonschap (huiothesia): de geboorte in de Geest is het begin, de maturering naar volle zoonschap het doel. [Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, §onderdeel wedergeboorte]

Herkomst

Het werkwoord gennaō (baren, verwekken) wordt in het Johannesevangelie kernachtig ingezet (Joh. 3:3-8: geboren worden anōthen, “van boven/opnieuw”). Paulus gebruikt het verwante palingenesia (wedergeboorte, vernieuwing) in Tit. 3:5 en Matt. 19:28. De petrinische keuze voor anagennao (1 Pet. 1:3.23) benadrukt het actieve handelende subject: God baart opnieuw door de opstanding en het levende woord.

Verwante termen