Definitie
Uitverkiezing (Grieks: ἐκλογή eklogē; Latijn: electio) is de leer dat God bepaalde personen (of de gehele mensheid, in bepaalde visies) van voor de grondlegging der wereld heeft uitgekozen tot heil of tot een specifieke taak. Het corpus biedt een breed scala: van monergistische verkiezing tot volledig heil (Bullinger, gereformeerde lijn) tot verkiezing als “eersten gered” in een universeel herstelscenario (Jones) tot soevereine taaktoewijzing zonder dubbele predestinatie (Noordzij).
Gebruik in het corpus
Stephen Jones
Jones positioneert zijn uitverkiezingsleer als “derde weg” voorbij Calvijn en Arminius: predestinatie is reëel en soeverein, maar het is predestinatie tot eerder gered worden, niet tot alleen gered worden. God heeft sommigen voorbestemd tot de eerste opstanding (gerstschaar), anderen tot latere verlossing, maar niemand tot eeuwige verdoemenis. Ef. 1:4-5 — “uitverkoren voor de grondlegging der wereld tot aanneming tot zonen” — is de toewijzing van wie de eerstelingen zijn, niet wie ooit gered wordt. [Jones, Creation’s Jubilee, H11]
Cees Noordzij
Noordzij ziet uitverkiezing als soevereine toewijzing van taken binnen het heilsplan: God kiest wie welke positie en taak bekleedt in de heilsgeschiedenis. Dit is geen dubbele predestinatie (sommigen tot heil, anderen tot verdoemenis) maar een differentiatie in roeping en timing binnen een universeel-inclusief heilsperspectief. [Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap]
E.W. Bullinger
Bullinger handhaaft een strikt monergistische verkiezingsleer: God kiest soeverein en zonder menselijke medewerking. Zijn nadruk ligt op de absolute zekerheid van de uitverkorenheid, gekoppeld aan zijn getal-symboliek van het verbond.