Definitie (huisstijl)
Antropologie (theologische antropologie) is de theologische discipline die de mens onderzoekt: zijn aard en constitutie, zijn bestemming, zijn relatie tot God, en de invloed van zonde en genade op zijn wezen. Op apokatastasis.wiki wordt antropologie functioneel behandeld: wie en wat is de mens in relatie tot Gods herstelplan? De vijf auteurs zijn het eens dat de mens herstel behoeft, maar zij verschillen fundamenteel over de constitutie van de menselijke natuur — tweedeling (lichaam/ziel) of driedeling (lichaam/ziel/geest) — en over de manier waarop zonde en genade de mens treffen.
Gebruiksvarianten per auteur
Nee/Lee
Nee en Lee werken met een uitgewerkte trichotomie: de mens bestaat uit geest (pneuma), ziel (psyche) en lichaam (soma), elk corresponderend met een ruimte in de tabernakel — het lichaam met de voorhof, de ziel met de heilige plaats, en de menselijke geest met het Heilige der Heiligen [EG, hfst. 3]. De geest is het innerlijkste orgaan en de enige ruimte waar God kan wonen. BXL3 verfijnt dit met het hart-als-poort-model: het hart — bestaande uit alle zielsdelen plus het geweten — omgeeft de geest en is de eigenlijke toegangspoort: „Het verstand en het geweten zijn de twee voornaamste delen van het hart. En aangezien het hart de geest omgeeft, is het de eigenlijke toegangspoort van de geest” [BXL3, hfst. 2]. De teleologische grondformule luidt: „Voor welk doel schiep God de mens? Uitsluitend opdat de mens Zijn container zou zijn” [EG, hfst. 5] — de mens als vat dat God als inhoud is bestemd te ontvangen.
Jones
Jones benadrukt de onderscheiding tussen sterfelijkheid en zondige natuur: de mens is sterfelijk geworden door de zondeval, maar sterfelijkheid is niet hetzelfde als zondige natuur. Het imago Dei is voor Jones eschatologisch georiënteerd: het ware Gods-beeld is nog te vervullen, niet louter verloren gegaan. De vrije wil is een functioneel maar gebonden vermogen — een door God geschapen capaciteit die altijd opereert binnen Gods soeverein bestuur.
Warnock
Warnock gebruikt hyssop als zijn centrale mensmetafoor: de hyssop is de bescheiden plant die het bloed van het Lam draagt en overbrengt (Ex. 12). De mens is zwak en onbeduidend — maar juist via deze zwakheid openbaart God zijn kracht. Warnock benadrukt dat erfzonde leidt tot persoonlijke schuld (Ps. 51): de mens is medegeborgen in schuld én draagt individuele verantwoordelijkheid voor zijn daden. Verlossing raakt de driedeling van de mens: agorazo (lichaam), exagorazo (ziel) en lutroo (geest).
Bullinger
Bullinger werkt met een tweedeling van ziel en lichaam als primair anthropologisch schema en legt nadruk op de algehele verdorvenheid van de menselijke natuur (vlees): het vlees is niet vatbaar voor verbetering; enkel de dood en wedergeboorte kan radicaal vernieuwen. Zijn antropologie is sterk eschatologisch gericht: de opstanding van het lichaam als voltooiing van Gods herstelwerk.
Noordzij
Noordzij hanteert een zoonschaps-antropologie: de mens is geschapen als beelddrager van God (imago Dei), en die roeping wordt pas vervuld in het zoonschap (huiothesia). Mozes functioneert als type van de gelovige die via zwakheid en gehoorzaamheid naar het volle zoonschap groeit — een antropologie die relationeel en eschatologisch is ingebed.