Jozef

Typologische behandeling in het corpus

Jozef, de elfde zoon van Jakob, die verworpen en verkocht werd door zijn broeders maar in Egypte opstond tot ereplaats naast de Farao, wordt door Jones aangewezen als type van Christus in zijn tweede werk: de verhoging na lijden, de opstanding en hemelvaart, en de toekomstige terugkeer als heerser over alle dingen. Voor Noordzij staat Jozef in een rij van typologische figuren die de menselijke weg naar zoonschap Gods afbeelden.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Gen. 37:3-4, 28Jozef met de veelkleurige mantel; verkocht door zijn broeders voor twintig zilverlingen
Gen. 39:1-2Jozef in Egypte; God is met hem; hij stijgt op
Gen. 41:39-44Jozef aangesteld over heel Egypte, tweede naast de Farao
Gen. 45:1-8Jozef openbaart zich aan zijn broeders; zijn lijden was van God bedoeld tot behoud
Fil. 2:9-11Christus verhoogd boven alle naam nadat Hij zichzelf vernederd had
Openb. 19:11-13Christus keert terug op een wit paard, zijn mantel gedoopt in bloed

Typologische duiding per auteur

Jones

Jones’ centrale bijdrage is een nauwkeurige onderscheiding van twee OT-figuren die elk één van de twee komsten van Christus afbeelden: Juda voor de eerste komst (de lijdende knecht), Jozef voor de tweede (de verhoogde heerser die zijn eerstgeboorterecht veiligstelt). Dit duale patroon is voor Jones al aanwezig in de profetie van Micha:

“Micha profeteerde dat Jezus geboren zou worden in Bethlehem-Efrata (Mic. 5:2). Deze twee namen zijn een wonderbaarlijke profetie over de twee werken van Christus. Jezus werd geboren in Bethlehem van Juda (Matt. 2:1). Dat wil zeggen, zijn eerste komst was een Juda-werk. Zijn tweede werk zal echter een Jozef-werk zijn, en Efrata is eenvoudigweg de enkelvoudsvorm van de naam Efraïm. Zo bevat Micha’s profetie in feite beide komsten van Christus — de eerste in Judea (Juda) en de tweede in Jozef (Efraïm).”1

De kern van het Jozef-type is de verheerlijking na lijden en verwerping:

“Jozef werd vervolgens naar Egypte gebracht, waar hij uiteindelijk in macht boven allen uitsteeg, alleen Farao boven zich. In dit opzicht was Jozef een type van Christus die, na zijn dood en opstanding, opsteeg naar de Vader en een naam ontving die ver boven elke naam staat.”2

Het tweede werk dat Christus als Jozef komt doen, onderscheidt zich wezenlijk van zijn eerste:

“Wat over het algemeen niet begrepen wordt, is dat Christus de tweede keer als Jozef moet komen om zijn eerstgeboorterecht veilig te stellen. Dit is het onderwerp van ons huidige hoofdstuk.”3

“Het tweede werk van Christus, afgebeeld in de wet door de tweede vogel en de tweede geit, is een Jozef-werk. Dit is in tegenstelling tot zijn eerste werk, dat een Juda-werk was. Het Juda-werk was de lijdende Knecht voort te brengen, die zou sterven voor onze zonden; het Jozef-werk was de wereld te redden door de verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk door alle naties heen.”4

De typologische verbinding wordt ook visueel verankerd in de bloedgedoopte mantel — Jozefs veelkleurige mantel werd door zijn broeders in geitenbloed gedoopt (Gen. 37:31); Christus keert terug met een in bloed gedoopte mantel (Openb. 19:13):

“Wanneer Jezus Christus opnieuw verschijnt, afgebeeld in Openbaring 19 als komend op een wit paard, is zijn mantel gedoopt in bloed. Hij komt als de Zoon van Jozef, wiens geboorterecht-mantel in bloed werd gedoopt.”5

Noordzij

Noordzij plaatst Jozef in een rij van bijbelse figuren die de menselijke weg naar zoonschap Gods uitbeelden:

“Jabez, Job, Jakob, Jozef en David als typen van de menselijke weg naar zoonschap.”6

Jozefs weg — verwerping, lijden, trouw in dienst, opstanding tot heerschappij — is voor Noordzij exemplarisch voor de weg die ieder roept die tot zoonschap Gods wordt geroepen. Het is niet alleen een christologisch type maar ook een antropologisch patroon.

Gerelateerde types

  • Verbonden: isaak (Isaac en Jozef als aartsvadertypen: Isaac = kruisdood, Jozef = verheerlijking)
  • Verbonden: exodus (Exodus uit Egypte verbonden aan Jozefs aanwezigheid in Egypte)
  • Via getalsymboliek: 11 (Jozef als elfde zoon; getal van onvolmaaktheid dat overwonnen wordt)

Voetnoten

Footnotes

  1. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 11 — Micha 5:2 als profetie over Juda-werk en Jozef-werk.

  2. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 11 — Jozef als type van Christus’ hemelvaart en verhoogde naam.

  3. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 11 — tweede komst als Jozef-werk.

  4. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 11 — onderscheid Juda-werk (eerste komst) en Jozef-werk (tweede komst).

  5. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 11 — bloedgedoopte mantel als verbinding Gen. 37:31 en Openb. 19:13.

  6. Noordzij, b4 (Het erfdeel van Jabez), sectie “Typologische figuren als modellen van de menselijke weg”.