Izaäk

Typologische behandeling in het corpus

Izaäk, de eniggeboren zoon van Abraham, wordt door Jones aangewezen als type van Christus in zijn kruisdood. De gang naar de berg Moria — waar Abraham zijn eniggeboren zoon als brandoffer moest brengen (Gen. 22:1-14) — beeldt het offer van de eniggeboren Zoon van God af, waarbij het oordeel van de wet op hem neerdaalt. De ram die in Izaäks plaats verschijnt, versterkt de typologische structuur: een plaatsvervangend offer.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Gen. 22:1-3Abraham ontvangt de opdracht zijn eniggeboren zoon Izaäk te offeren op de berg Moria
Gen. 22:6-8Izaäk draagt zelf het hout voor zijn offer — een onbewuste profetie
Gen. 22:9-13De ram in de braamstruik als plaatsvervanger; Izaäk ongedeerd gelaten
Gen. 22:14Naam van de berg: JHWH jireh — “de HEERE zal voorzien”
Hebr. 11:17-19Abraham offerde Izaäk “in overdrachtelijke zin” (parabolè) — hij ontving hem terug als uit de dood

Typologische duiding per auteur

Jones

Jones werkt de Izaäk–Christus-typologie uit via zijn numerologische interpretatiemethode: het n-de voorkomen van een naam in de Bijbel draagt de betekenis van het getal n. De tiende vermelding van Izaäk — in Gen. 22:3, de dag van de gang naar Moria — valt samen met zijn hermeneutische definitie van het getal tien als het getal van oordeel:

“De tiende keer dat Izak wordt vermeld is in Gen. 22:3, waar we zijn vader zien die hem meeneemt naar de berg Moria. Dit beeld het grote offer van Christus aan het kruis, waar het oordeel van de wet viel op de eniggeboren Zoon van God.”1

De typologische identificatie is voor Jones onderdeel van zijn bredere hermeneutiek van “historische allegorieën”: de aartsvaders zijn historisch werkelijk én profetisch patroon. De gang naar Moria is geen fictie maar een profetische handeling die de kruisdood van de eniggeboren Zoon van God uitbeeldt.

Izaäk past binnen Jones’ typologisch-progressieve OT–NT schema: OT-personenparen (Ismaël/Izaäk, Esau/Jakob) worden structuurprincipes waarin het tweede het eerste overtreft — het nieuwe verbond overstijgt het oude, de definitieve Zoon overstijgt de type-zoon:

“Hetzelfde beginsel is te vinden bij Hagar en Sara, Ismaël en Izak, bij Jakob en Israël, bij David en Saul, en (in het Nieuwe Testament) in het contrast tussen Saul en Paulus. In elk geval is er verdeeldheid met een daaruit voortvloeiend conflict tussen de twee figuren, maar God stelt ook telkens het patroon in van voortgaan van het ene punt naar het andere.”2

Izaäks herrijzenis uit het Moria-offer in figuurlijke zin (Hebr. 11:19: parabolè) anticipeert bovendien de opstanding van Christus: de vader ontvangt zijn eniggeboren zoon terug als uit de dood.

Gerelateerde types

  • Verbonden: jozef (Jozef en Izaäk: aartsvadertypen van Christus; Izaäk = kruisdood, Jozef = verheerlijking)
  • Via getalsymboliek: 10 (getal van oordeel; tiende Izaäk-vermelding als typologisch ankerpunt)

Voetnoten

Footnotes

  1. Jones, b5 (The Biblical Meaning of Numbers), hfst. 2 — tiende vermelding Izaäk als type van Christus’ kruisdood.

  2. Jones, b5 (The Biblical Meaning of Numbers), hfst. 2 — OT-personenparen als structuurprincipe van progressieve openbaring.