Exodus
Typologische behandeling in het corpus
De uittocht van Israël uit Egypte wordt door Jones, Nee/Lee en Noordzij aangewezen als het meest fundamentele type van verlossing: bevrijding uit de macht van zonde en wereld als startpunt van de geestelijke weg. Voor Nee/Lee is Egypte het type van ‘de wereld’, het Lam het type van Christus’ verlossend werk, en Kanaän het type van de volheid van Christus. Noordzij ziet de Exodus als type van de verlossing tot zoonschap. Jones beschrijft het Pascha-tijdperk als de heilshistorische eerste fase die aan het Kruis werd voltooid.
Bijbelse verankering
| Referentie | Context |
|---|---|
| Ex. 12:1-51 | Het Pascha en de uittocht: het bloed van het lam, de doortocht door de Rode Zee |
| Ex. 14:21-30 | Doortocht door de Rode Zee: verlossing en bevrijding van de Egyptische achtervolgers |
| 1Kor. 10:1-11 | ”Dit alles is hun overkomen als een type voor ons… als een waarschuwing voor ons” |
| Hebr. 10:1 | ”De wet is slechts een schaduw van de komende goede dingen” |
| Joh. 1:29 | ”Zie het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt” |
Typologische duiding per auteur
Nee/Lee
Witness Lee beschrijft in The All-inclusive Christ een drietrapsmodel van het geloofsleven op basis van de Exodus-typologie. De meeste gelovigen kennen alleen de eerste trap:
“Ik voel diep aan dat de meeste kinderen des Heren nog in Egypte verblijven. Zij hebben alleen het Pascha ervaren; zij hebben de Heer slechts als het Lam aangenomen. Zij zijn gered door het Lam, maar zij zijn niet verlost uit deze wereld.”1
Het doel van de Exodus is niet de bevrijding zelf maar het binnentreden in het Land — het type van Christus als de volheid van Gods gave:
“In Egypte was het Lam, in de woestijn was het manna, en voor het volk van Israël lag het land Kanaän. Dat is het doel; dat land is het doel van God. Wij moeten binnengaan. Het is ons erfdeel.”2
Voor Nee/Lee is verlossing uit Egypte (wedergeboorte/rechtvaardiging) noodzakelijk maar niet het eindpunt. De soteriologie is ingebed in een progressieve heilslogica: van bevrijding-uit-Egypte via de woestijn naar de volheid van Christus als het Land Kanaän.
Noordzij
Noordzij formuleert in Mozes en de weg tot zoonschap zijn typologisch hermeneutisch principe rechtstreeks op de Exodus:
“Er staat ook, dat de thora een schaduw is van nog te komen realiteiten (Hebr. 10:1). En dat alles van het natuurlijke volk Israël ons tot voorbeeld is gebeurd (1Kor. 10:11). De verlossing van Israël uit Egypte toen symboliseert de verlossing tot zoonschap nu. Israël was dus een teken en Mozes een voorloper van het ‘mannelijk wezen’, van Jezus Christus het Hoofd en van de Christus Zijn voltallige lichaam van zonen (Matt. 1:16-17).”3
Mozes functioneert hierin als drieledig type — voorloper van Christus als antetype én van de gelovige als toepassing:
“Mozes’ leven is dus een voorafschaduwing van de weg tot zoonschap. Als eerste ging Jezus die weg. En ook wie in Christus is, gaat die weg.”4
In Het nieuwe verbond breidt Noordzij de Exodus-typologie uit naar de geestelijke toestand van het nieuwe verbondsvolk: “Egypte” staat typologisch voor het vleselijke:
“In het ‘nieuwe’ verbond is alles van toepassing op geestelijke, hemelse realiteiten. Met dat volk sluit Hij een ‘nieuw’ verbond om het te verlossen van het ware ‘Egypte’ (het ‘vleselijke’) en om het te brengen in een beter ‘beloofde land’, het koninkrijk der hemelen.”5
Jones
Jones beschrijft in Secrets of Time de Exodus als het beginpunt van het eerste heilshistorische tijdperk — het Pascha-tijdperk:
“Wij staan vandaag aan de drempel van het Loofhuttentijdperk. Het Pascha-tijdperk begon met de uittocht van Israël uit Egypte op de Pascha-dag en eindigde aan het Kruis. Het Pinkster-tijdperk begon in het tweede hoofdstuk van Handelingen en eindigde 40 jubeljaren later op de Pinksterdag, 30 mei 1993.”6
Mozes is voor Jones een profetisch type van het 120-jubeljaar-patroon van de heilsgeschiedenis:
“Het leven van Mozes is in feite een van de meest diepgaande en treffende profetieën van de 120 jubeljaren van de geschiedenis tot aan het jaar 1986 n.Chr. […] Mozes doorleefde drie afzonderlijke fasen in zijn leven, elk van veertig jaar. Ten slotte stierf hij op de leeftijd van 120 jaar.”7
“Evenals Mozes ‘de gemeente in de woestijn’ (Hand. 7:38) veertig jaar lang leidde, zo leidde ook Jezus de nieuwtestamentische Kerk de woestijn in voor een periode van 40 jubeljaren. Evenzo zal Jezus (wiens Hebreeuwse naam Jozua is) in onze tijd, na nog eens 40 jubeljaren, ons leiden naar de grotere belofte van het erfdeel dat Adam aan het begin verloor.”8
Gerelateerde types
- Verbonden: loofhuttenfeest (de Exodus opent het Pascha-tijdperk; het Loofhuttenfeest sluit het geheel)
- Verbonden: grote-verzoendag (feestenstructuur: Pascha → Pinksteren → Grote Verzoendag → Loofhutten)
- Via woordenlijst: zoonschap
Voetnoten
Footnotes
-
Nee/Lee, b1 (The All-inclusive Christ), hfst. 1 — soteriologisch drietrapsmodel (Egypte/woestijn/Kanaän). ↩
-
Nee/Lee, b1 (The All-inclusive Christ), hfst. 1 — “The Center of God’s Eternal Plan”. ↩
-
Noordzij, b1 (Mozes en de weg tot zoonschap), sectie “Typologische Hermeneutiek” — methodeverklaring. ↩
-
Noordzij, b1 (Mozes en de weg tot zoonschap), inleiding. ↩
-
Noordzij, b5 (De hand aan de ploeg slaan), sectie nieuw verbond en geestelijk Egypte. ↩
-
Jones, b3 (Secrets of Time, 1996), voorwoord — heilshistorisch tijdperkenschema. ↩
-
Jones, b3 (Secrets of Time, 1996), hfst. 3 — Mozes als profetisch type. ↩
-
Jones, b3 (Secrets of Time, 1996), hfst. 3. ↩