Priesterschap

Typologische behandeling in het corpus

Het Levitische/Aäronitische priesterschap van het Oude Testament, als instelling van bemiddeling tussen God en het volk, wordt door Jones, Warnock en Noordzij aangewezen als type van het koninklijk priesterschap in Christus. Het Levitische systeem is gebonden aan aardse afstamming en ritueel; het antitypische priesterschap is hemels van oorsprong, gebaseerd op een onvernietigbaar leven en toegankelijk voor allen die in Christus zijn.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Ex. 19:6Israël bestemd tot “koninkrijk van priesters en heilig volk”
Lev. 8:1-36Wijding van Aäron en zijn zonen: zalving, bloed, zevendaagse priesterwijding
Hebr. 6:20; 7:15-17Christus als hogepriester naar de ordening van Melchizedek, uit onvernietigbaar leven
1Pet. 2:9”Een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie”
Openb. 20:6Eerstelingen van de opstanding: “zij zullen priesters van God en van Christus zijn”

Typologische duiding per auteur

Warnock

Warnock behandelt het priesterschap in The Feast of Tabernacles als de kwaliteitsmarkering van de zonen Gods die het antitypische Loofhuttenfeest zullen vervullen. Het Aäronitische priesterschap — afgestemd op aardse afstamming — geeft het veld voor een priesterschap van de Geest:

“‘Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk Gode ten eigendom…’ (1Pet. 2:9). Een koninklijk priesterschap! Een priesterschap van koningen en een koninkrijk van priesters! Een gezelschap van overwinnaars die macht hebben bij God en bij de mensen!”1

De natuur van dit priesterschap:

“Als priesters hebben zij macht bij God, en als koningen hebben zij macht bij de mensen… ja, hij regeert door voorbede.”2

Het wezenlijke onderscheid met het Levitische systeem:

“Dit priesterschap kent geen vader, moeder, geslachtsregister, begin der dagen noch einde des levens. Het is de sfeer en het domein van de Geest Gods, een priesterschap en een Koninkrijk dat de zonen Gods zullen binnengaan naarmate zij opgroeien in Christus.”3

Noordzij

Noordzij beschrijft het koninklijk priesterschap in De hand aan de ploeg slaan als de antropologische bestemming van de geroepenene — niet een ambt maar een levenswijze die door heiliging en zalving wordt gevormd:

“Ieder, die zich geroepen weet tot koninklijk priesterschap de hand aan de ploeg slaan en de Vader vragen hem te wijden, te heiligen en te zalven met Zijn Geest.”4

De priesterlijke dienst begint bij Godsontmoeting vóór mensendienst:

“Dan zal hij, als hij zich in ‘linnen’ (=rust) kleedt, voor Hem mogen staan om Hem te dienen (Deut. 10:8).”5

Het resultaat van geestelijk leven is priesterlijke identiteit:

“Zo worden wij een levend offer, een waar priester, een geestelijke tempel en nog veel meer (1Kor. 3:16, Rom. 12:1).”6

Het linnen kleed (rust) als priesterlijk symbool contrasteert met de vleselijke activisme die het institutionele religieuze systeem kenmerkt. Het priesterschap is voor Noordzij niet institutioneel maar pneumatisch.

Jones

Jones verbindt het priesterschap in The Laws of the Second Coming aan de eerste opstanding en het duizendjarig rijk:

“Gezegend en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem regeren voor duizend jaar.”7

Dit priesterschap van de eerstelingen is voor Jones de vervulling van wat het Levitische priesterschap typologisch uitbeeldde: de bemiddeling van Gods gezag en genade voor het geheel van de schepping, maar nu in Christus en op grond van de opstanding.

Gerelateerde types

  • Verbonden: melchizedek (het antitypische priesterschap heeft de ordening van Melchizedek, niet van Aäron)
  • Verbonden: loofhuttenfeest (priesterschap als de kwalificatie van de overwinnaars die het Loofhuttenfeest vervullen)
  • Via getalsymboliek: 24 (24 priesterklassen als type van gouvernementele volmaaktheid)

Voetnoten

Footnotes

  1. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 9 (over 1Pet. 2:9).

  2. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 9.

  3. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 9.

  4. Noordzij, b5 (De hand aan de ploeg slaan), sectie “Roeping tot koninklijk priesterschap”.

  5. Noordzij, b5 (De hand aan de ploeg slaan), sectie “Roeping tot koninklijk priesterschap”.

  6. Noordzij, b5 (De hand aan de ploeg slaan), sectie “Roeping tot koninklijk priesterschap”.

  7. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 8 (over Openb. 20:6).