Loofhuttenfeest
Typologische behandeling in het corpus
Het Loofhuttenfeest (Sukkot), het derde en laatste van de drie grote Israëlitische feesten, wordt door Warnock, Jones en Noordzij aangewezen als type van de eschatologische voltooiing: de volle vervulling van de Geest, de openbaring van de zonen Gods, en de inhuldiging van het Koninkrijk. Waar Pascha en Pinksteren al zijn vervuld, staat de vervulling van het Loofhuttenfeest voor alle drie de auteurs nog uit.
Bijbelse verankering
| Referentie | Context |
|---|---|
| Lev. 23:34-44 | Instelling van het Loofhuttenfeest: zeven plus één dag, loofhutten bouwen, feestgemeente |
| Ex. 23:16 | ”Het feest van de inzameling, aan het einde van het jaar” |
| Joh. 7:37-38 | Jezus roept op de laatste dag van het feest: “Wie dorst heeft, kome tot Mij en drinke” |
| Rom. 8:23 | Verlossing van het lichaam als de uiteindelijke vervulling |
| 1Kor. 15:52 | Lichamelijke opstanding bij de laatste bazuin |
Typologische duiding per auteur
Warnock
Warnocks gehele werk The Feast of Tabernacles is gewijd aan de typologische uitleg van dit feest. Zijn centrale these is dat de drie jaarlijkse feesten de gehele kerkgeschiedenis typeren:
“Twee van de drie jaarlijkse feesten van Israëls eredienst zijn al vervuld in Christus en Zijn Kerk… wij staan nu aan de rand van de vervulling van het laatste jaarlijkse feest des Heren.”1
Het Loofhuttenfeest is voor Warnock de sabbatstijd van de kerkgeschiedenis:
“Evenals de wekelijkse sabbat het einde was van Israëls week van moeite en arbeid — zo is het Loofhuttenfeest het einde van de week van strijd en beroering van de Kerk: het Feest aller Feesten, de Sabbat aller Sabbaten.”2
Het feest is profetisch van aard, gericht op alle volken:
“Het Inzamelingsfeest, dat is aan het einde van het jaar, wanneer gij uw arbeid van het veld hebt ingezameld (Ex. 23:16).”3
De achtste dag — “het octaaf” — wijst op de voltooiing van Gods doelstellingen en het begin van een nieuwe dag:
“De achtste dag spreekt ongetwijfeld van de voltooiing van Gods doelstellingen in de Kerk, en het begin van een nieuwe dag.”4
Jones
Jones analyseert het Loofhuttenfeest in Secrets of Time als het hoogtepunt van het heilshistorisch feestenstelsel. In het beeld van de drie duiven die Noach uitzond:
“Ten slotte correspondeert het Loofhuttenfeest met Noachs derde duif. Het is de laatste zalving, want het stelt de uitgestorte volheid van de Geest voor, waarin wij de verlossing van het lichaam zien (Rom. 8:23). Bij deze uitstorting ontvangt men het ware erfdeel dat in Adam verloren ging: het verheerlijkte lichaam.”5
Jones situeert de huidige kerkgeschiedenis op de drempel van het Loofhuttentijdperk:
“Wij staan vandaag aan de drempel van het Loofhuttentijdperk. Het Pascha-tijdperk begon met de uittocht van Israël uit Egypte op de Pascha-dag en eindigde aan het Kruis. Het Pinkster-tijdperk begon in het tweede hoofdstuk van Handelingen en eindigde 40 jubeljaren later op de Pinksterdag, 30 mei 1993. Wij bevinden ons nu in de overgang naar het grote Loofhuttentijdperk, dat duizend jaar zal duren. Het is het grote Rustjaar, het Sabbat-millennium.”6
In The Laws of the Second Coming verbindt Jones de wateruitgieting tijdens het feest met de uitstorting van de Geest:
“Overwinnaars zullen hun tabernakel ontvangen, dat uit de hemel is en niet met mensenhanden gemaakt (2Kor. 5:1).”7
“Het uitgieten van water bij het Loofhuttenfeest was bedoeld om de uitstorting van de Geest van God uit te beelden, zoals geprofeteerd door Joël 2:23 en 28.”8
Jones benadrukt ook de universele reikwijdte van het feest: de zeventig ossen die op het feest werden geofferd, vertegenwoordigen de zeventig volken van de aarde (Gen. 10) — het Loofhuttenfeest is eschatologisch gericht op de inzameling van alle naties.9
Noordzij
Noordzij verbindt het Loofhuttenfeest impliciet aan zijn leer over het Jubeljaar als herstel van alle dingen. In De ark van Noach beschrijft hij:
“Het jubeljaar getuigt van de wederoprichting (=het herstel) van alle dingen (Hand. 3:21). Alles wat iemand rechtens toekwam, kwam weer in zijn bezit. Vrijheid werd in het hele land afgekondigd voor alle bewoners.”10
Dit eschatologische herstel correspondeert bij Noordzij met de tijdsperiode die Jones het Loofhuttentijdperk noemt: de volmaakte rust en vreugde als het einddoel van Gods heilsplan.
Gerelateerde types
- Verbonden: grote-verzoendag (Grote Verzoendag gaat het Loofhuttenfeest vooraf als reinmakingsfase)
- Verbonden: jubeljaar (Jubeljaar als de wettige structuur van de Loofhuttenfeest-vervulling)
- Via getalsymboliek: 50 (getal van de Geest en het Jubeljaar, onlosmakelijk met het Loofhuttenfeest)
- Via getalsymboliek: 8 (achtste dag van het feest als type van het nieuwe begin)
Voetnoten
Footnotes
-
Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 1. ↩
-
Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 11. ↩
-
Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 10 (over Ex. 23:16). ↩
-
Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 11. ↩
-
Jones, b3 (Secrets of Time, 1996), hfst. 3 — de derde duif en het Loofhuttentijdperk. ↩
-
Jones, b3 (Secrets of Time, 1996), voorwoord. ↩
-
Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 7. ↩
-
Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 7. ↩
-
Jones, b1 (Creation’s Jubilee), hfst. 10 — zeventig ossen en de zeventig volken. ↩
-
Noordzij, b2 (De ark van Noach), sectie “Het jubeljaar”. ↩