soevereiniteit
Definitie
Soevereiniteit verwijst naar het absolute en onbeperkte gezag van God over de schepping, de geschiedenis en de verlossing. In de theologische traditie van dit corpus wordt soevereiniteit niet louter als heerschappij begrepen, maar als het actieve bestuur van God dat zijn eeuwig plan en doel trekt naar een zekere voltooiing. De term omvat zowel Gods transcendente heerschappij (zijn wil kan uiteindelijk niet worden verijdeld) als de consequentie van dat bestuur: Gods aansprakelijkheid voor de uitkomst van de schepping.
Een onderscheidend accent in dit corpus is de verbinding van soevereiniteit aan universele verlossing: omdat God soeverein is, is zijn verlossende wil niet slechts een wens maar een plan dat zijn voltooiing zeker zal bereiken.
Gebruiksvarianten per auteur
Stephen Jones
Jones maakt een fundamenteel onderscheid tussen Gods thelema (verlangen) en zijn boulema (plan). Gods soevereiniteit rust niet op het vlak van zijn verlangen maar op dat van zijn plan:
“Het Griekse woord boulema gaat verder dan een louter verlangen. Het duidt het feitelijke plan, de bedoeling, of de uitwerking van de wil aan.”
(Creation’s Jubilee, hfst. 11)
Dit onderscheid heeft directe soteriologische consequenties:
“Farao kon Gods thelema-verlangen weerstaan, zoals de geschiedenis van Farao duidelijk maakt. Maar er was een boulema-plan dat Farao niet kende, en dat kon hij niet weerstaan, want dit lag in de gedachte van God, niet in de wil van de mens.”
(Creation’s Jubilee, hfst. 11)
Jones verbindt soevereiniteit aan Gods aansprakelijkheid als Schepper:
“God houdt zichzelf uiteindelijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor de handelingen en de verlossing van zijn schepping. Dat is een van de redenen waarom hij zelf kwam om de straf voor de zonde te betalen.”
(Creation’s Jubilee, hfst. 11)
In Secrets of Time wordt soevereiniteit uitgewerkt als het bestuur van de geschiedenis via tijdcycli:
“Alles is ordelijk. Niets gebeurt bij toeval. Mensen bepalen de geschiedenis niet; God doet dat. Naties stijgen en vallen overeenkomstig zijn decreten.”
(Secrets of Time, Voorwoord; vgl. Dan. 4)
Watchman Nee / Witness Lee
Bij Nee/Lee is soevereiniteit ingebed in het kader van Gods eeuwige economie. God is soeverein omdat zijn plan een drievoudig doel heeft: de gemeente als uitdrukking van zijn heerlijkheid, de overwinning over Satan, en de recapitulatie van alle dingen in Christus.
“God is van plan niets anders dan zichzelf aan ons uit te delen. Gods huishoudelijkheid is zijn bedeling, die niets anders betekent dan dat God zichzelf uitdeelt in het menselijk geslacht.”
(Lee, The Economy of God, hfst. 1)
George Warnock
Warnock verbindt soevereiniteit aan Gods bereidheid tot incarnatie. Een soevereine God die neerdaalt tot het nietige bewijst daarin zijn ware karakter:
“Die grote en almachtige God van het heelal, die alle dingen schiep, kon niet voor altijd hoog en verheven in de hemelen blijven… met een reputatie van machtig en krachtig te zijn, maar onbewogen voor de noden van de mensen die hij had geschapen. Hij moest afdalen en laten zien hoe hij werkelijk is.”
(The Hyssop that Springeth Out of the Wall, hyssop2.html)
E.W. Bullinger
Bullinger grondt soevereiniteit in Gods absolute primaat en onafhankelijkheid als Eerste Oorzaak:
“De grote Eerste Oorzaak is onafhankelijk van alles. Allen hebben hem nodig, en hij heeft geen hulp van wie dan ook nodig.”
(Number in Scripture, Part II: ONE)
“Hij is de enige. Er kunnen geen twee eersten zijn. Hij is de eerste in prioriteit van tijd. Hij is de eerste in superioriteit van rang, en hij is de eerste in absolute suprematie.”
(Number in Scripture, Part II: ONE)
Cees en Anneke Noordzij
Noordzij verbindt Gods soevereiniteit aan het eindpunt van zijn verzoeningsproces — het koningschap van God als voltooiing van zijn plan:
“Er verschijnt ‘het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde’ (Openb. 12:10).”
(Van Pascha tot Loofhutten, sectie “De Grote Verzoendag”)