heiligheid
Definitie
Heiligheid is het bijbelse attribuut dat Gods absolute reinheid, volmaaktheid en scheiding van het kwaad aanduidt. Als Godsattribuut — te onderscheiden van heiligmaking als menselijk proces — omvat heiligheid zowel Gods absolute ontologische reinheid als zijn actieve bereidheid te louteren wat hem nadert. In dit corpus onderscheidt heiligheid zich van straf: Gods heilig vuur reinigt; het vernietigt niet.
Gebruiksvarianten per auteur
George Warnock
Warnock gebruikt heiligheid als de wezensnaam van God, ontleend aan Jes. 57:15:
“De hoge en verhevene, die de eeuwigheid bewoont, wiens naam Heilig is.” (Jes. 57:15a)
(The Hyssop that Springeth Out of the Wall, hyssop2b.html)
In Who Are You? verbindt Warnock Gods heiligheid aan zijn heiligingsmotief voor zijn volk via Mal. 3:1-3:
“En de Here, die gij zoekt, zal plotseling tot zijn tempel komen… Want hij is als het vuur van een edelsmid en als het loog van de blekers. Hij zal zitten als iemand die zilver smelt en loutert; en hij zal de zonen van Levi louteren en hen reinigen als goud en als zilver, opdat zij de HEERE een offer in gerechtigheid brengen.” (Mal. 3:1-3)
(Who Are You?, hfst. 2, sectie “The Day of the LORD, a Day of Cleansing”)
Warnock verbindt hieraan het werk van de Heilige Geest:
“Gods Heilige Geest is ons gegeven om ons heilig te maken; en zijn volk moet nog worden tot ‘heiligheid voor de HEERE.‘”
(ibid.)
E.W. Bullinger
Bullinger citeert Ps. 145:17 als uitdrukking van Gods heiligheid in al zijn werken:
“De HEERE is rechtvaardig in al zijn wegen: en heilig in al zijn werken.” (Ps. 145:17)
(Number in Scripture, Part I, Hoofdstuk I)
Gods heiligheid is voor Bullinger één aspect van zijn absolute volkomenheid:
“Gods weg is volmaakt (Ps. 18:30). Zij zijn volmaakt in kracht, volmaakt in heiligheid en gerechtigheid, volmaakt in ontwerp, volmaakt in uitvoering.”
(ibid.)
Stephen Jones
Jones behandelt Gods heiligheid via het beeld van het louterend vuur — een reinigend, niet vernietigend attribuut:
“Gods oordelen ontspruiten met genezing in hun vleugels, niet om ons dood te branden, maar om ons te genezen van alle kwalen, waarvan de ziek-van-zonde ziel de grootste is. Totdat wij deze kant van Gods natuur kennen, kennen wij hem niet goed.”
(Creation’s Jubilee, hfst. 2)
Jones verbindt heiligheid aan de Alexandrijnse lijn via Clemens van Alexandrië:
“Wij noemen het vuur ‘wijs’, want wij zeggen dat het vuur de zondige ziel reinigt, niet het vlees — niet een allesverterend gewoon vuur, maar het ‘wijze vuur’ zoals wij het noemen, dat ‘de ziel doorboort’ terwijl het er doorheen gaat.”
(Creation’s Jubilee, hfst. 2 — citaat uit Clemens van Alexandrië, Stromata VII, 2:5-12)