passibiliteit

Definitie

Passibiliteit is het theologische attribuut dat aanduidt dat God vatbaar is voor lijden, geraaktheid en pijn. De term staat tegenover de klassieke leer van de impassibilitas Dei — de stelling dat God onbewogen en ongeraakt is door het lijden in de schepping. In dit corpus wordt de klassieke impassibiliteitsopvatting betwist: God is niet onbewogen, maar een levend-deelnemende God die meebeweegt met het lijden van zijn schepping.

Onderscheid van theopaschisme: Passibiliteit als Godsattribuut is breder dan theopaschisme (de stelling dat God specifiek leed in de kruisiging van de Zoon). Passibiliteit omvat Gods vermogen tot lijden als algemene eigenschap; theopaschisme is de toepassing ervan op de kruisgebeurtenis.

Gebruiksvarianten per auteur

George Warnock

Warnock is de meest uitgesproken verdediger van Gods passibiliteit in dit corpus. In The Hyssop that Springeth Out of the Wall betoogt hij dat de Vader meegeleden heeft aan het kruis:

“En toen hij aan het kruis hing… was het niet zo dat God de Vader onverschillig stond tegenover de kreten van zijn Zoon terwijl hij dit onuitsprekelijke lijden onderging… maar in de meest ware zin van het woord leed God de Vader zelf de pijn van iedere spijker die in zijn hand werd geslagen, en iedere doorn die zijn voorhoofd doorboorde.”

(The Hyssop that Springeth Out of the Wall, hyssop2.html)

In Who Are You? breidt Warnock de passibiliteit van God uit naar zijn langdurig lijden met het kwaad in de wereld:

“Wij weten van menselijk lijden; maar wij beseffen niet dat God lijdt, en dat hij lang heeft geleden met het kwaad in de harten van mensen. Hij heeft geduld en langmoedigheid uitgehard tot buiten ons vermogen te begrijpen.”

(Who Are You?, hfst. 7, sectie “The Travail of God”)

Warnock citeert Rom. 9:22 als bijbels bewijs:

“Maar als God, willende zijn toorn bewijzen en zijn macht bekendmaken, de vaten des toorns, tot het verderf toebereid, met veel langmoedigheid heeft verdragen?” (Rom. 9:22)

(ibid.)

Warnock gebruikt ook het beeld van God als barende vrouw uit Jes. 42:14:

“Ik heb lang gezwegen; ik ben stil geweest en heb mij ingehouden; nu zal ik roepen zoals een barende vrouw; ik zal verwoesten en verslinden tegelijk.” (Jes. 42:14)

(Who Are You?, hfst. 7, sectie “The Travail of God”)

Stephen Jones

Jones impliceert passibiliteit via zijn stelling dat God zichzelf aansprakelijk houdt als Schepper. Een aansprakelijke God is per definitie geraakt door het lijden:

“God houdt zichzelf uiteindelijk verantwoordelijk en aansprakelijk voor de handelingen en de verlossing van zijn schepping. Dat is een van de redenen waarom hij zelf kwam om de straf voor de zonde te betalen.”

(Creation’s Jubilee, hfst. 11)

In The Restoration of All Things verwerpt Jones een God die onverschillig staat tegenover het lot van zijn schepping:

“Dit is werkelijk een vraag naar de omvang van de liefde van God. Houdt hij van alles wat hij geschapen heeft?”

(The Restoration of All Things, hfst. 7)

Spanningsveld

Passibiliteit staat in spanning met de klassieke impassibilitas Dei-leer, zoals beleden in de Westminster Confessie (God is “zonder lichaam, delen of hartstochten”). Warnock erkent deze spanning expliciet maar verwerpt de klassieke formulering als onbijbels.

Zie ook