voorzienigheid

Definitie

Voorzienigheid (providentia) is het theologische begrip voor Gods voortdurende betrokkenheid bij en sturing van de schepping na haar aanvang. God is niet slechts de Schepper die zich heeft teruggetrokken, maar de actieve Bestuurder die de geschiedenis naar zijn doel leidt. In het corpus van Stephen Jones krijgt voorzienigheid een karakteristieke invulling: Gods bestuurlijk handelen werkt via vaste tijdcycli en numerieke patronen die in de Schrift zijn vastgelegd.

Gebruiksvariant

Stephen Jones

Jones behandelt voorzienigheid als het bestuur van de geschiedenis via 414-jaarcycli (“cursed time”). Gods handelen in de geschiedenis is niet willekeurig maar precies getimed:

“De vloed kwam over de aarde in het jaar 1656, toen Noach 600 jaar oud was. Het jaar 1656 viel aan het einde van vier perioden van vervloekte tijd (414 × 4 = 1656 jaar)… Het vonnis van de wet werd uitgesproken in Gen. 3:17-19, maar dat vonnis werd pas 1656 jaar later voltrokken.”

(Secrets of Time, hfst. 4; Gen. 3:17-19 geciteerd)

“Alles is ordelijk. Niets gebeurt bij toeval. Mensen bepalen de geschiedenis niet; God doet dat. Naties stijgen en vallen overeenkomstig zijn decreten.”

(Secrets of Time, Voorwoord; vgl. Dan. 4)

Jones formuleert het doel van zijn studie van de tijdcycli als portret van Gods voorzienigheid:

“Het algemene doel van dit boek is de soevereiniteit van God in de geschiedenis te portretteren. Als dat doel bereikt is, zou u aan het einde van de lezing moeten zeggen: ‘Wat een geweldige God hebben wij!‘”

(ibid., Voorwoord)

Gods geduld is onderdeel van zijn voorzienigheid: oordelen worden vertraagd om bekering mogelijk te maken:

“Omdat God een God van genade en barmhartigheid is, voert hij een doodvonnis nooit onmiddellijk uit. Hij geeft mensen altijd tijd om te bekeren.”

(Secrets of Time, hfst. 4)

Zie ook