vrije wil

Definitie

De vrije wil is het vermogen van de mens om keuzes te maken binnen de grenzen van zijn gezag, maar dit gezag is ondergeschikt aan Gods soevereiniteit. In het corpus van Stephen Jones wordt de vrije wil niet ontkend, maar gerelativeerd: de mens heeft een wil, maar die wil is niet “vrij” in de zin dat hij soeverein zou zijn. De menselijke wil is altijd een reactie op Gods wil, nooit de oorspronkelijke oorzaak. Jones citeert Joh. 6:44 waar helkuo (“drag”) wordt gebruikt — net zoals een net vissen vangt en de visser hen voorttrekt, zo trekt God mensen tot Zichzelf (Joh. 12:32). De vrije wil is dus een respons, geen primair initiatief.

De term “vrije wil” komt niet voor in de Bijbel; het is een traditie van mensen. Jones identificeert drie motieven voor het vasthouden aan de vrije-wil-leer: (1) trots — de mens wil medewerker zijn in zijn eigen redding; (2) het vleesleven (Adams zelfleven) dat zich wil handhaven; (3) de behoefte om God niet aansprakelijk te stellen voor het kwaad in de wereld.

Gebruiksvarianten per auteur

Stephen Jones

Jones behandelt de vrije wil als een zij-issue; het werkelijke punt is eigendom (zie eigendom). De mens heeft gezag, maar God heeft soevereiniteit als Eigenaar:

“De vraag over de vrije wil is een zij-issue. Het werkelijke punt is niet of de mens een vrije wil heeft; het is de vraag of God een vrije wil heeft. Wie bezit u? Kan iemand ontkennen dat God het stof bezit waaruit de mens is geformeerd?” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 1]

Jones maakt het onderscheid tussen thelema (Gods verlangen) en boulema (Gods plan). De mens kan Gods thelema weerstaan (zoals Farao), maar kan Gods boulema niet weerstaan. De vrije wil opereert op het niveau van thelema, niet op het niveau van boulema:

“Paulus kon wel een ‘vrije wil’ hebben om christenen te vervolgen, maar toen God zich aan hem openbaarde, veranderde zijn wil. God was die dag niet hulpeloos tegenover Saulus’ vrije wil.” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 1; Hand. 9]

Bij het Laatste Oordeel zal de mens worden beoordeeld naar zijn kennis en gezag (Luk. 12:47-48), niet naar zijn “vrije wil” als absolute oorzaak:

“Gods oordeel corrigeert het vlees; het doel is niet om mensen te vernietigen maar om hen te onderwijzen in gerechtigheid (Jes. 26:9).” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2]

Watchman Nee / Witness Lee

Nee/Lee benaderen de vrije wil vanuit de menselijke geest die moet worden hersteld. De wil is er wel, maar gevangen onder het vlees. De uitdrukking van de wil moet komen vanuit de nieuwe mens in Christus, niet vanuit Adams natuur.

George Warnock

Warnock ziet de menselijke wil als iets dat moet worden overgegeven aan Gods leiding. De “eigen wil” is een uiting van het zelfleven dat gekruisigd moet worden.

E.W. Bullinger

Bullinger benadrukt dat alle dingen door God zijn voorbestemd naar de raad van Zijn wil (Ef. 1:11). De menselijke wil is geen beperking op Gods soevereiniteit; Bullinger waarschuwt tegen het idee dat de duivel of de mens God “hulpeloos” zouden maken.

Cees en Anneke Noordzij

Noordzij benadrukt dat de mens verantwoordelijk is naar de mate van zijn gezag, maar dat Gods verkiezing en soevereiniteit voorafaandelijk zijn. De vrije wil verklaart niet waarom sommigen tot geloof komen en anderen niet — dat is de soevereine keuze van God.

Zie ook