eigendom
Definitie
Eigendom is in dit corpus het centrale juridische concept waarmee Stephen Jones de soevereiniteit van God fundamenteert. Alles wat God heeft geschapen, behoort Hem toe op grond van Zijn scheppersrechten. De mens is geformeerd uit het stof van de aarde (Gen. 2:7) — stof dat God heeft geschapen en waarop Hij eigendomsrechten heeft. Daarom bezit de mens zichzelf niet; God bezit de mens.
Jones stelt dat de traditionele “vrije wil”-debat de verkeerde vraag stelt. De werkelijke vraag is niet of de mens een vrije wil heeft, maar of God een vrije wil heeft als Eigenaar. Dit heeft directe juridische consequenties voor Gods aansprakelijkheid (zie aansprakelijkheid):
“God groef de ‘put’ in de hof van Eden door de boom van kennis van goed en kwaad te planten. Hij dekte hem niet af. Daarom viel Adam. Onder Gods eigen wet is God als Eigenaar aansprakelijk voor de put die Hij groef, ook al viel Adam door zijn eigen ‘vrije wil’.” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2; Ex. 21:33-34]
Lev. 25:23 stelt: “De aarde zal niet voor altoos verkocht worden, want de aarde is de Mijne.” God heeft het eminente domein over alle grond. De mens heeft gezag over zijn “land” (zijn lichaam, zijn bezittingen), maar God behoudt de soevereiniteit:
“Jullie zijn vreemdelingen en bijwoners bij Mij. Ik ben de Eigenaar; jullie hebben slechts beperkt gezag.” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2; Lev. 25:23]
Gebruiksvarianten per auteur
Stephen Jones
Jones werkt eigendom uit via de wetbepalingen van de Torah over aansprakelijkheid. Ex. 21:33-34 leert dat de eigenaar van een put aansprakelijk is voor een os die erin valt, ongeacht of de os “uit eigen vrije wil” in de put viel. De eigenaar is aansprakelijk louter omwille van eigendom:
“Het juridische principe is: wie de put bezit, is aansprakelijk. De vraag is niet of de os uit eigen wil viel. De vraag is: wie bezit de put?” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2]
Toepassing op de hof van Eden: God plantte de boom, God dekte de put niet af. Zijn oordeel is dat Hij aansprakelijk is. Daarom betaalde Christus de losprijs voor de zonden van de hele wereld (1 Joh. 2:2) — God vervulde Zijn eigendomsverplichtingen:
“Hij kocht de dode os. De os is nu de Zijne. Hebt u door wat dit betekent? Hij kocht allen die vielen, en zij zijn nu de Zijne.” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2; Rom. 5:18]
E.W. Bullinger
Bullinger grondt alles op Gods primaat als Eerste Oorzaak: “De grote Eerste Oorzaak is onafhankelijk van alles. Allen hebben Hem nodig, en Hij heeft de hulp van niemand nodig” (Number in Scripture, Part II: ONE). Dit omvat Gods eigendom over alle schepselen.
Watchman Nee / Witness Lee
Nee/Lee zien eigendom in het kader van het huwelijk tussen Christus en de gemeente. De gelovige is niet zijn eigen meester; hij is gekocht met een prijs (1 Kor. 6:20) en behoort aan Christus toe.