exousia

Definitie

Exousia (Grieks: ἐξουσία) betekent “authoriteit”, “gezag” of “bevoegdheid”. In het Nieuwe Testament wordt exousia gebruikt voor de autoriteit die iemand heeft om te handelen, onderscheiden van dunamis (kracht/macht). In Free Will Versus Ownership legt Jones uit dat de mens exousia (gezag) heeft gekregen van God, maar dat deze exousia altijd ondergeschikt is aan Gods exousia als Schepper:

“De Griekse tekst gebruikt twee verschillende woorden: dunamis is kracht (Hand. 1:16), exousia is authoriteit (Matt. 8:9). Een man onder authoriteit kijkt op naar een hogere ‘macht’, maar diezelfde man kan authoriteit hebben over anderen.”
[Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2]

De mens heeft exousia over zijn lichaam en zijn bezittingen (Gen. 1:26 — “heerschappij”), maar God bezit de ultieme exousia als Eigenaar van alles (Lev. 25:23).

Gebruiksvarianten per auteur

Stephen Jones

Jones past exousia toe op de juridische structuur van gezag en aansprakelijkheid. De mate van exousia bepaalt de mate van verantwoordelijkheid (Luk. 12:48):

“Van iedereen aan wie veel gegeven is, van hem zal veel geëist worden. Aan de mens is exousia gegeven, daarom is hij aansprakelijk op dat niveau. Maar God heeft de hoogste exousia als Schepper, daarom is Hij uiteindelijk aansprakelijk.”
[Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2; Luk. 12:47-48]

Jones contrasteert dit met de aardse koning die exousia heeft maar onderworpen is aan de Koning der koningen. Spreuken 21:1: “Het hart van de koning is als waterstromen in de hand van de HEERE; Hij buigt het waarheen Hij wil.”

Watchman Nee / Witness Lee

Nee/Lee zien exousia als de authoriteit van Christus die aan de gemeente is gegeven (Ef. 1:20-22). De gelovige heeft exousia om te binden en ontbinden (Matt. 16:19), maar altijd onder de autoriteit van Christus.

E.W. Bullinger

Bullinger wijst erop dat alle exousia van God komt (Rom. 13:1). Geen mens heeft authoriteit behalve wat hem van boven is gegeven.

Zie ook