aansprakelijkheid
Definitie
Aansprakelijkheid (Hebreeuws: onshaw — schuld, verplichting) is het juridische concept dat bepaalt wie verantwoordelijk is voor schade of zonde onder de goddelijke wet. In het corpus van Stephen Jones is aansprakelijkheid onlosmakelijk verbonden aan eigendom: wie iets bezit, is aansprakelijk voor wat daarin gebeurt. Omdat God alles bezit als Schepper, is Hij uiteindelijk aansprakelijk voor de uitkomst van de schepping — een punt dat in Free Will Versus Ownership centraal staat.
Jones past de wetbepalingen van Ex. 21:33-34 (put en os), Ex. 22:5-6 (veld en vuur), en Lev. 25:23-24 (grondbezit) toe op de hof van Eden. God plantte de boom van kennis, dekte hem niet af, en is daarom aansprakelijk voor Adams val:
“Gods aansprakelijkheidswetten zijn gebaseerd op eigendom, niet op vrije wil. De eigenaar van de put is aansprakelijk, ongeacht of de os ‘uit eigen wil’ erin viel.” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2]
De mate van aansprakelijkheid wordt bepaald door de mate van gezag en kennis (Luk. 12:47-48). God heeft maximale kennis en soevereiniteit, daarom is Zijn aansprakelijkheid het grootst. Hij nam die aansprakelijkheid op Zichzelf door Christus te zenden als Goël (losser):
“Hij betaalde de losprijs voor de hele wereld. In Rom. 5:18 staat: ‘Door één daad van gerechtigheid kwam het tot rechtvaardiging van leven voor alle mensen.‘” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2; 1 Joh. 2:2]
Gebruiksvarianten per auteur
Stephen Jones
Jones ontwikkelt drie Torah-analogieën voor Gods aansprakelijkheid in Creation’s Jubilee en past deze toe in b8:
- Ex. 21:33-34 — Put en os: de eigenaar is aansprakelijk, niet de os.
- Ex. 22:5-6 — Veld en vuur: de veroorzaker (eigenaar) betaalt, ongeacht de “wil” van het vee of het vuur.
- Lev. 25:23-24 — Grondbezit: God bezit alle grond; de mens heeft slechts beperkt gezag.
“De enige manier om God van aansprakelijkheid voor Adams zonde vrij te pleiten, is door te ontkennen dat Hij de Schepper is. Maar dat is onmogelijk.” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2]
Jones weerlegt het Calijnse standpunt dat God soeverein is maar slechts een klein deel van de mensheid redt. Als God aansprakelijk is voor de hele schepping, dan moet Hij ook de hele schepping redden:
“Gods oordeel heeft het doel om te corrigeren, niet om te vernietigen. De ‘meren van vuur’ zijn Zijn ‘vurige wet’ (Deut. 33:2) die mensen leert gerechtigheid kennen (Jes. 26:9).” [Jones, Free Will Versus Ownership, hst. 2]
E.W. Bullinger
Bullinger benadrukt Gods absolute verantwoordelijkheid als Eerste Oorzaak. Geen daad geschiedt buiten Zijn voorzienigheid om.
Cees en Anneke Noordzij
Noordzij benadrukt dat het oordeel over de mens altijd evenredig is aan zijn gezag en kennis (Luk. 12:48). De mens is aansprakelijk op zijn niveau; God is aansprakelijk op het Zijne.