schaduw-werkelijkheid
Definitie
Schaduw-werkelijkheid is een hermeneutisch principe dat het OT verstaat als “schaduw” (skian) van de NT-werkelijkheid in Christus. De term markeert het onderscheid tussen het “oude” (ceremoniën, wetten, rituelen, symbolen) als twee-dimensionale afbeelding en het “nieuwe” (Christus, geestelijke vervulling) als drie-dimensionale werkelijkheid.
Het principe volgt uit Hebreeën 10:1: “De wet heeft slechts een schaduw van de toekomstige goederen, niet het getal der dingen zelf” (skian / shadow-image). Een schaduw is plat, dood, symbolisch; de werkelijkheid is driedimensionaal, levend, substantieel.
Gebruiksvarianten per auteur
Noordzij
Noordzij werkt het schaduw-werkelijkheid principe uit als de kernstructuur van OT-naar-NT hermeneuse. Het “oude” (het pascha-ritueel, het paschalam als fysieke dier, het ongezuurde brood als voedsel, de tabernakel als ruimte) is volmaakt als afschaduwen, maar als twee-dimensionaal, dood, letterlijk:
Een schaduw is twee-dimensionaal, laag, plat, doods, net als foto’s. Zo verhoudt zich ook ‘oude’ tot het ‘nieuwe’. Het ‘oude’ is volmaakt in het afschaduwen van het ‘nieuwe’, als een fotoalbum (Hebr.10:1). Jezus maakt al het ‘oude’ radicaal ‘nieuw’, ook wetten en riten (1Kor.15:46, 2Kor.4:18, Op.21:5). [Noordzij, Brood en Wijn, b9]
De werkelijkheid (nieuw) is:
- Christus als het paschalam (niet een fysiek dier maar de Zoon Gods zelf)
- Jezus’ bloed als het verbondsbloed (niet dierenbloed maar geestelijk leven uitgegoten)
- Het hemelse brood (epiousios) als geestelijk voedsel (niet bakkerijbrood maar het levende Woord)
- Het koninkrijk der hemelen als de werkelijke tabernaculaire aanwezigheid (niet een tent maar het lichaam van Christus)
De schaduw was pedagogisch nodig voor Israël: het zichtbare ritualisme leidde naar Christus. Maar in Hem bereikt de schaduw zijn pleroma (vervulling), en moet het “oude” plaatsmaken voor het “nieuwe”.