eerstgeborente
Definitie
Eerstgeborente (Hebreeuws: בְכוֹר bekhor; Grieks: πρωτότοκος prōtotokos) heeft twee hoofdtoepassingen in de Bijbel: (1) in Exodus 12 de zoon die van oudste/eerste-generatiezone naar God behoort en in het Pascha beschermd wordt door het bloed aan de deurposten; (2) in het NT een titel voor Christus als de eerste-opgestane en erfgenaam van alle dingen (Kol. 1:18; Rom. 8:29). De typologische vervulling verbindt beide: de eerstgeborente uit Exodus prefigureert Jezus als de Eerstgeborente uit de dood.
Gebruiksvariant per auteur
Noordzij
Noordzij benadert de eerstgeborente niet als allegorische abstractie maar als heilshistorische type. In Exodus 12 mocht de eerstgeborente van Israël in leven blijven door het bloed aan de deurposten; hij was dus gered door andermans bloed. Dit wijst rechtstreeks naar Jezus als de Eerstgeborente die door Zijn eigen offer wordt geopenbaard als de werkelijke bevrijder.
De ‘eerstgeborente’ die in ons ‘huis’ moet blijven leven wijst op Jezus, die als eerste door de Vader volledig uit ‘Egypte’ werd geroepen (Mat. 2:15). Jezus is de Eerstgeborente die uit de dood opgestaan is (Kol. 1:18). [Noordzij, Brood en Wijn, b9]
Dit is geen simpele getal- of naamgelijkheid. Het gaat Noordzij om de functionele identiteit: beide zijn gered/geroepen, beide gaan vooruit in het bevrijdingsproces, beide hebben heerschappijvervulling. In Exodus 12 wordt de eerstgeborente gered zodat hij in Kanaäns land kan gaan. Jezus als de Eerstgeborente wordt opgestaan uit de dood zodat Hij het koninkrijk der hemelen kan erven en alle gelovigen daarin meeneemt.
De vervulling strekt zich ook uit naar gelovigen: wie Jezus eet (participatie in Zijn offer), volgt Hem uit de “slavernij van het vlees” op en begint reeds nu de heerschappij van de Eerstgeborente in te gaan. Elke gelovige is dus, in Christus, mede-eerstgeborente (Rom. 8:29: “voorgepredestineerd gelijk te zijn aan het beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de eerstgeborente zij onder veel broeders”).