Tabernakel
Typologische behandeling in het corpus
De tabernakel (de Mozaïsche tent des ontmoetings, Ex. 25-40) wordt in het corpus door Nee/Lee en Noordzij aangewezen als type. Bij Nee/Lee is de tabernakel type van de driedelige mens én van de kerk als corporatief lichaam van Christus; bij Noordzij is de tabernakel type van de Heilige Geest als verbinder van het lichaam.
Bijbelse verankering
| Referentie | Context |
|---|---|
| Ex. 25:8-9 | ”Laat hen een heiligdom voor Mij maken, zodat Ik in hun midden wonen kan” |
| Ex. 26:1-37 | Constructie: planken, gordijnen, haken, heilige der heiligen |
| Ex. 36:12-13 | De vijftig gouden haken die de gordijnen van de tabernakel verbinden |
| Hebr. 8:5 | Het aardse heiligdom als “afschaduwing en schaduw van het hemelse” |
| Hebr. 9:9 | De tabernakel als “gelijkenis voor de tegenwoordige tijd” |
| Joh. 1:14 | ”Het Woord heeft onder ons gewoond [tabernakeld]“ |
Typologische duiding per auteur
Nee / Lee
In The Economy of God (EG, hst. 21-22) werkt Lee de tabernakel-typologie in twee richtingen uit: de tabernakel als type van de driedelige mens, én de tabernakel als type van de kerk.
Tabernakel als type van de driedelige mens. De drie ruimten van de tabernakel corresponderen met de driedeling van de mens:
“Ons lichaam beantwoordt aan het buitenste voorhof, onze ziel aan de heilige plaats en onze menselijke geest aan het heilige der heiligen — de feitelijke verblijfplaats van Christus en de aanwezigheid van God.”1
De geest is het heilige der heiligen — de enige ruimte waar God woont. De ziel (het heilige) is het middengebied waar de strijd gevoerd wordt tussen vlees (buiten) en geest (binnen).
Tabernakel als type van de kerk. De planken (siddiym, acacia-hout met goud bekleed) zijn type van de gelovigen die menselijke natuur (hout) omgeven zien door goddelijke natuur (goud). De twee pennen aan elke plank zijn type van onderlinge afhankelijkheid:
“Twee pennen houden hem stevig op zijn plaats. Twee staat voor bevestiging. […] Jij en ik moeten eerst leren dat wij slechts de helft zijn; en dan mogen wij nooit onafhankelijk en individueel handelen zonder de bevestiging van anderen.”2
De kerk is voor Lee niet gevormd maar geboren — geen menselijke hand kan haar bouwen.3
Noordzij
In het pneumatologische gedeelte van zijn systeem legt Noordzij een expliciete typologische verbinding tussen de tabernakel en de eenheid van het lichaam van Christus:
George Warnock
In Crowned With Oil (ch. 6) werkt Warnock de tabernakel-typologie uit in samenhang met Urim en Thummim en de Melchizedek-ordening. De oorspronkelijke voorwerpen “waren slechts typen en schaduwen van de werkelijkheid” (Ex. 28:30):
“Urim: ‘Lichten’, van een woord dat vlam, iets lichtend, verheerlijkt, stralend betekent. Thummim: ‘Volmaaktheden’, van een woord dat betekent: voltooien, volbrengen, een einde maken, tot volmaaktheid komen.”4
Beide woorden staan in het meervoud en de voorwerpen zijn twee in getal — het getal van de corporatieve relatie in het lichaam van Christus. In Urim en Thummim hebben wij het Licht van God dat tot volheid en volmaaktheid komt. Wij hebben een corporatieve uitdrukking van het Licht en de Heerlijkheid van God in volle openbaring. Wij hebben de volle openbaring van het Woord, van het hart en de geest van God, in een volk dat gekomen is tot bijblijvende éénwording met Christus en verborgen is in het borstschild van het oordeel.5
Warnock volgt de typologische lijn van David die een nieuwe tabernakel bouwde die de Melchizedek-ordening voorafschaduwde:
“David plaatste het in een nieuwe tabernakel die hij voor dit nieuwe koninkrijk had geconstrueerd dat de Melchizedek-ordening voorafschaduwde, een koninkrijk en priesterschap van rechtvaardigheid en vrede.”6
Dit verklaart de overgang van de Aäronitische naar de Melchizedekiaanse orde: Christus regeert als Priester-Koning op de troon (Zech. 6:13), niet in de aardse tabernakel maar in de hemelse. Het Loofhuttenfeest is de eschatologische vervulling van deze tabernakel-typologie, waarbij het lichaam van Christus de levende tempel wordt waarin God woont.
In hoofdstuk 7 werkt Warnock de “meer uitnemende bediening” (Hebr. 8:6) uit als de hemelse tabernakel-typologie:
“Hij is de Man wiens naam de Tak is (Zech. 6:12). Hij is de Here Jezus Zelf. Maar Hij is Een die ‘opgroeit’ uit Zijn plaats. Hij is een ‘Wortel uit een droge grond’ (Jes. 53:2). Hij groeit — en wordt een Wijnstok. In die Wijnstok zijn andere ranken, die aan Hem zijn toegevoegd, en die één met Hem worden.”7
De vijftig gouden haken die de gordijnen van de tabernakel verbinden (Ex. 36:12-13) zijn het typologische richtpunt van de Heilige Geest die het lichaam van Christus tot eenheid verbindt.8 Het getal vijftig verbindt tabernakel, jubeljaar (Lev. 25) en Pinksteren (Hand. 2) als drie uitdrukkingen van dezelfde pneumatologische werkelijkheid — de Geest als verbinder.
Sub-elementen
Vijftig gouden haken (Ex. 36:12-13)
De vijftig gouden haken verbinden de twee helften van het buitenste gordijn van de tabernakel. Noordzij leest dit als type van de Heilige Geest (getal 50 = jubeljaar = Pinksteren) die de twee helften van het lichaam van Christus samenhoudt. (Noordzij, EJ; zie ook 50.)
Planken en pennen (Ex. 26:15-25)
Acaciahout bekleed met goud = menselijke natuur omhuld door goddelijke natuur; twee pennen per plank = bevestiging via onderlinge afhankelijkheid. Lee: type van de gelovigen die samen het lichaam van Christus vormen. (Nee/Lee, EG hst. 22.)
Heilige der heiligen
De binnenste ruimte = type van de menselijke geest als de woonplaats van Christus. Lee bouwt hierop zijn gehele experiëntiële soteriologie: de gelovige moet “het heilige der heiligen betreden” via het geoefende geest-contact. (Nee/Lee, EG hst. 3.)
Gerelateerde types
- Verbonden: jubeljaar (getal 50 verbindt tabernakel-haken en jubeljaar)
- Via getalsymboliek: 50
- Via woordenlijst: mishkan
Voetnoten
Footnotes
-
Nee/Lee, EG (The Economy of God, 1964/1968), hst. 3 — de driedelige mens en de tabernakel. ↩
-
Nee/Lee, EG (The Economy of God), hst. 22 — de planken en pennen als type van de kerk. ↩
-
Nee/Lee, EG (The Economy of God), hst. 21 — de kerk is geboren, niet gevormd. ↩
-
Warnock, CWO (Crowned With Oil), ch. 6 — Urim/Thummim als lichten en volmaaktheden. ↩
-
Warnock, CWO, ch. 6 — Urim/Thummim als corporatieve openbaring in Christus’ lichaam. ↩
-
Warnock, CWO, ch. 6 — David’s nieuwe tabernakel als type van Melchizedek-ordening. ↩
-
Warnock, CWO, ch. 7 — Christus als Tak/Wijnstok, lichaam van Christus als levende tempel. ↩
-
Noordzij, BXL2 (Het erfdeel van Jabez) / EG (De ark van Noach), pneumatologische sectie — jubeljaar, Pinksteren en de vijftig haken als één pneumatologische werkelijkheid. ↩