Tempel van Ezechiël

De Tempel van Ezechiëls visioen (Ez. 40-47) wordt door Warnock aangewezen als type van de Kerk als Tempel die niet met handen is gemaakt. De historische tempel werd nooit gebouwd — Warnock stelt dat zelfs als dit was gebeurd, het slechts een type en schaduw zou zijn geweest van de werkelijke Tempel: het Lichaam van Christus. De rivier des levens uit Ez. 47 vormt een sub-element als type van de Heilige Geest die door de Gemeente vloeit naar de heling der volken.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Ez. 40:1-4Ezechiël ontvangt het visioen van de nieuwe tempel in het vijfentwintigste jaar van de ballingschap
Ez. 43:10-11Openbaring van het tempelbouwplan aan Israël is voorwaardelijk: “indien zij zich schamen over alles wat zij gedaan hebben”
Ez. 47:1Water dat uit de drempel van het huis naar het oosten vloeit — de rivier des levens
Ez. 47:8-9De rivier geneest de wateren van de zee; alle levende wezens gedijen waar zij stroomt
Joh. 2:19-21Christus spreekt van de tempel van zijn lichaam — de hermeneutische sleutel voor de tempel-typologie
Ef. 2:21-22De Kerk als tempel in de Heer, een woonplaats van God in de Geest
Openb. 21:22”Ik zag geen tempel daarin: want de Here God, de Almachtige, en het Lam zijn haar Tempel”
Openb. 22:1Rivier van water des levens, helder als kristal, uit de troon van God en het Lam

Typologische duiding per auteur

Warnock

In From Tent to Temple (b5) neemt Warnock een geestelijk-typologische positie in ten aanzien van Ezechiëls Tempel-visioen. De historische niet-realisatie van de tempel is voor hem geen exegetisch probleem maar een typologisch bewijs: de tempel was van meet af aan bedoeld als voorafschaduwing van een geestelijke werkelijkheid, niet als politiek-nationaal einddoel.

De Tempel als onvervuld type

Warnock constateert allereerst dat de tempel van het visioen nooit gebouwd is:

“De Tempel die Ezechiël zag in zijn visioen, en waarvan de beschrijving veel van zijn profetie inneemt, is nooit gebouwd volgens het patroon dat Ezechiël ontving.”1

De belofte aan Israël was voorwaardelijk: openbaring van het bouwplan hangt af van schaamte over ongerechtigheden. Warnock citeert Ez. 43:10-11 als bewijs dat de Tempel niet bedoeld was als een politiek-nationaal project maar als geestelijke werkelijkheid: de voorwaardelijkheid sluit een simpel letterlijk herstel uit.

Het type-en-schaduw-karakter

De kernthese van Warnocks typologische duiding is expliciet:

“Zelfs als die gebouwd zou zijn, zou het nog slechts een type en schaduw zijn geweest van de werkelijke Tempel ‘niet met handen gemaakt’… Hij zou wederom terugkeren in de volheid van de tijden, zijn woning innemen in een nieuwe Tempel niet gemaakt door mensenhanden, en een Rivier des Levens uitsturen die heling zou brengen aan de volken.”2

De ware Tempel is de Kerk als Lichaam van Christus — de “heilige tempel van de verlosten der aarde, een woonplaats van God in de Geest” (Ef. 2:21-22). Warnock sluit daarmee een futuristisch letterlijk herstel van de tempel in Jeruzalem uit: de typologische beweging “van tent naar tempel” bereikt haar doel in de Gemeente, niet in een gebouw.

Verbinding met Jezus’ tempel-uitspraak

Warnocks typologische lezing sluit naadloos aan bij de christologische sleuteluitspraak van Joh. 2:19-21 — Jezus sprak bij de tempelreiniging van de tempel van zijn lichaam. Dit hermeneutische principe (de Tempel = Christus’ lichaam, bij uitbreiding zijn Gemeente) is de lens waardoor Ezechiëls visioen wordt gelezen. De progressie die Warnock schetst — Tabernakel → Salomons Tempel → Tempel van Ezechiël → Lichaam van Christus — vormt één doorlopende typologische lijn.3

Eschatologisch eindpunt: geen tempel in het nieuwe Jeruzalem

Het eschatologische eindpunt van de beweging “van tent naar tempel” is voor Warnock de afwezigheid van een tempel in het nieuwe Jeruzalem (Openb. 21:22):

“En ik zag geen tempel daarin: want de Here God, de Almachtige, en het Lam zijn haar Tempel.”4

De frase “geen tempel daarin” is niet een verlies maar de overtreffende vervulling: God heeft zijn eeuwige woning gevonden in de verheerlijkte Bruid-Gemeente. De cirkel sluit: de gehele tempel-beweging door de Schrift bereikt haar eindpunt niet in een gebouw maar in de eenheid van God, het Lam en de verloste schepping.

Sub-elementen

Rivier des levens (Ez. 47)

Water dat uit de drempel van de tempel naar het oosten vloeit (Ez. 47:1) en steeds dieper wordt totdat het niet meer te doorwaden is (Ez. 47:3-5), eindigend in de genezing van de wateren van de zee (Ez. 47:8). Warnock parallelliseert deze rivier met de rivier van levenswater uit Openb. 22:1 (voortkomende uit de troon van God en het Lam) en met de fontein uit het huis des HEREN van Joël 3:18. Antitype: de Heilige Geest die door de verheerlijkte Gemeente naar alle volken stroomt ter genezing en herstel. De rivier is niet geografisch-letterlijk maar pneumatologisch: de Geest stroomt door de Tempel-Kerk naar universele heling.

Gerelateerde types

  • Verbonden: Tabernakel — eerder stadium in de typologische progressie “van tent naar tempel”
  • Verbonden: Nieuw Jeruzalem — eschatologisch eindpunt: geen tempel, want God en het Lam zijn zelf de Tempel (Openb. 21:22)
  • Via woordenlijst: tempel-van-de-heilige-geest (indien aanwezig)

Voetnoten

Footnotes

  1. Warnock (From Tent to Temple), tent4.html, hfst. 4.

  2. Warnock (From Tent to Temple), tent4.html, hfst. 4.

  3. Warnock (From Tent to Temple), tent-preface.html (Preface) + tent7.html, hfst. 7.

  4. Warnock (From Tent to Temple), tent7.html, hfst. 7 (citaat Openb. 21:22).