50 (Vijftig)
Vijftig is het getal van het jubeljaar, van de Heilige Geest en van bevrijding. Bullinger beschrijft het als het getal van Pinksteren: de uitstorting van de Heilige Geest op de vijftigste dag na Pasen. Jones verbindt het Oudtestamentische jubeljaar — dat na zeven maal zeven jaar op het vijftigste jaar valt — aan de nieuwtestamentische Pinksterervaring als de eerstelingenopbrengst van de Geest. Noordzij duidt vijftig als het bijbelse getal van de heilige Geest en werkt in de feestcyclus de heilshistorische positie ervan uit: van het pascha via zeven weken naar het pinksterfeest op de vijftigste dag.
Bijbelse verwijzingen
| Verwijzing | Context |
|---|---|
| Ex. 26:5 | Vijftig haken verbinden de vellen van de tabernakel |
| Lev. 23:15-16 | Vijftig dagen tellen van de eerstelingenschoof tot het pinksterfeest |
| Lev. 25:10 | Het vijftigste jaar is heilig: jubeljaar, vrijheid voor allen |
| Lev. 25:11 | In het jubeljaar mag niet worden geoogst of gezaaid |
| Luc. 9:14 | Jezus laat de vijfduizend in groepen van vijftig neerzitten |
| Hand. 2:1 | Pinksteren: vijftig dagen na Pasen wordt de Geest uitgestort |
Symboliek in het corpus
E.W. Bullinger
Bullinger beschrijft vijftig als het getal van het jubeljaar en van de Heilige Geest: het getal van vrijheid en verlossing. De formule is 7 × 7 + 1 = 50: na de volheid van zeven sabbatsjaren breekt het jaar van bevrijding aan. De vijftigste dag na Pasen is Pinksteren; het vijftigste jaar is het jubeljaar. Beide zijn uitdrukkingen van hetzelfde goddelijke principe: de directe aanwezigheid van Gods Geest als kracht van vrijheid en herstel. 1
Stephen E. Jones
Jones verbindt vijftig systematisch met de Heilige Geest, Pinksteren en het jubeljaar: “50 — Heilige Geest, Pinksteren, Jubeljaar.” In zijn profetische tijdrekening is vijftig jaar de fundamentele eenheid van jubileumsberekening. Hij werkt een drievoudige gelaagdheid uit: de vijftigste dag (Pinksteren), het vijftigste jaar (jubeljaar) en vijftig jubileeën (tweeduizend vijfhonderd jaar) als een grotere profetische cyclus. De uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren is de eerstelingenopbrengst van het jubeljaar: vrijheid, schulddelging en de directe aanwezigheid van God. 2
In The Struggle for the Birthright verbindt Jones het jubeljaar van vijftig jaar aan de profetische kerkgeschiedenes als herhalingseenheid: veertig jubeljaren van elk vijftig jaar vormen de tweeduizend jaar van de Pinksterperiode. Hij citeert Deut. 29:4 als Schriftuurlijke basis: zoals Mozes Israël veertig jaar door de woestijn leidde, zo wandelde de nieuwtestamentische gemeente veertig jubeljaren in de ‘woestijn’ van haar Pinksterperiode (Hand. 7:38). Het getal vijftig is in dit raamwerk de profetische maat die de jubileumsrekening met Gods heilskalender verbindt. 3
Cees en Anneke Noordzij
Noordzij verbindt vijftig direct aan de Heilige Geest als Voeder van Gods volk: “Vijftig is het bijbelgetal van de heilige Geest. Hij voedt als wij gaan zitten.” In de context van de spijziging van de vijfduizend leest hij de opdracht van Jezus om de mensen in groepen van vijftig te laten neerzitten (Luc. 9:14) niet als logistieke maatregel, maar als numeriek teken van de Heilige Geest die door Christus aan het volk wordt gegeven. In zijn behandeling van de feestcyclus werkt Noordzij de heilshistorische positie van het getal vijftig verder uit: het pinksterfeest begon op de vijftigste dag na het pascha, na het tellen van zeven weken plus één dag (Lev. 23:15-16), en precies vijftig dagen na het Joodse pascha stortte Christus de heilige Geest uit op de wachtende discipelen (Hand. 2:1). Het getal vijftig structureert zo de gehele feestcyclus van pascha naar pinkster als Gods heilsplan van bevrijding en vervulling door de Geest. 4 5