Grote Verzoendag

Typologische behandeling in het corpus

De Grote Verzoendag (Yom Kippur, Lev. 16), met zijn ritueel van hogepriester, twee bokken en bloed op het verzoendeksel, wordt door Jones en Warnock aangewezen als type van Christus’ verzoenend werk en — bij Warnock — van de nog uitstaande experimentele reinmaking van de gemeente. Jones benadrukt de verbinding met het Jubeljaar: de Verzoendag luidt in het jubeljaar-jaar de bevrijding in.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Lev. 16:1-34Ritueel van de Grote Verzoendag: hogepriester, twee bokken, bloed op verzoendeksel
Lev. 25:8-10Jubileumsbasuin geblazen op de Grote Verzoendag in het 50e jaar
Hebr. 9:12Christus trad het hemelse Heilige der Heiligen in met zijn eigen bloed
Hebr. 9:22”Zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving”
Hebr. 10:12-13Christus zit aan Gods rechterhand, wachtend tot zijn vijanden zijn voetbank zijn

Typologische duiding per auteur

Jones

Jones behandelt de Grote Verzoendag uitvoerig in The Laws of the Second Coming als dubbele verlossingsstructuur. Hij benadrukt dat de werkelijke betekenis niet vasten maar bevrijding is:

“Het ware onderliggende doel van de Grote Verzoendag is niet zozeer een dag van vasten van voedsel, maar een dag van het vrijzetten van mensen en het voeden van de hongerigen. Met andere woorden, het is het Jubeljaar — om de gevangenen vrij te zetten.”1

In het Jubeljaar-jaar (het 50e jaar) werd de Grote Verzoendag omgekeerd van rouw naar vreugde:

“Om de negenenveertig jaar werd de Grote Verzoendag vervangen door het blazen van de Jubileumbazuin. In plaats van rouw en vasten moest het een dag van vreugde en jubeling zijn.”2

Jones beschrijft Christus’ hemelse hogepriesterwerk als vervulling van de eerste fase van de Verzoendag:

“Jezus Christus — onze Hogepriester — trad het Heilige der Heiligen in de hemel binnen om Zijn eigen bloed op het Verzoendeksel te sprenkelen. Door geloof (zoals bij Abraham) kunnen wij ons deze voorziening toeëigenen, waardoor gerechtigheid aan ons ‘toegerekend’ wordt.”3

De twee bokken van Lev. 16 vertegenwoordigen twee fasen van het verlossingswerk die overeenkomen met de twee komsten van Christus:

“Wat de twee bokken in de ritus van de Grote Verzoendag betreft, dezen handelen niet over de doodsvraag, maar over de zondekwestie. Opnieuw zijn er twee fasen waardoor onze zonde wordt uitgewist. De eerste bok bedekte onze zonde; de tweede zal haar wegnemen.”4

Jones programmeert dit eschatologisch: “Zelfs zoals Pascha, de eerstelingen-schoof en Pinksteren vervuld zijn bij de eerste komst van Christus, zo profeteren ook het Bazuinenfeest, de Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest van gebeurtenissen rondom de tweede komst van Christus.”5

Warnock

Warnock behandelt de Grote Verzoendag in The Feast of Tabernacles als uitstaande eschatologische werkelijkheid voor de gemeente. De historische verzoening is voltooid, maar de experimentele toe-eigening ervan is volgens Warnock voor de gemeente als lichaam nog niet bereikt:

“Dat er een volledige en volmaakte Verzoening is bewerkt voor het gehele menselijke geslacht door Jezus Christus aan het Kruis, staat buiten elke twijfel. Maar het is maar al te duidelijk, wanneer wij ons eigen leven bezien alsook dat van de historische Kerk, dat wij ons nooit werkelijk iets hebben toegeëigend van het grote verzoenende werk van het Kruis. En het is juist deze experimentele toe-eigening van de Verzoening die de Kerk nu moet binnengaan.”6

De typologische Grote Verzoendag beeldt voor Warnock de reinmaking van de gemeente vóór de volle vervulling van het Loofhuttenfeest af:

“De zonde en vleselijkheid van de lange loopbaan van de Kerk moeten uit haar midden worden weggenomen voordat zij de volle zegen en kracht van het Loofhuttenfeest kan binnengaan.”7

Op grond van Lev. 16:30-31 concludeert Warnock:

“God zij dank voor de Grote Verzoendag, wanneer Gods volk bevrijd zal worden, ja waarlijk bevrijd, van al hun zonden.”8

Het bloed van Christus is de enige grond van deze verzoening:

“Er is absoluut geen aanvaarding voor enig mens voor God dan door het vergoten kostbare bloed van Christus. Het is het bloed dat verzoening bewerkt voor de ziel, en ‘zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving’ (Hebr. 9:22).”9

Gerelateerde types

  • Verbonden: jubeljaar (Grote Verzoendag als startschot van het Jubeljaar; onlosmakelijk verbonden)
  • Verbonden: loofhuttenfeest (Grote Verzoendag gaat aan het Loofhuttenfeest vooraf als reinmakingsfase)
  • Via getalsymboliek: 50 (jubeljaar-getal, geblazen op de Grote Verzoendag)

Voetnoten

Footnotes

  1. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 3 (“The Day of Atonement and Jubilee”).

  2. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 3.

  3. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 10 — Christus als Hogepriester (over Hebr. 9:12; Rom. 4:22-24).

  4. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 10 — twee bokken als dubbele verlossingsstructuur.

  5. Jones, b4 (The Laws of the Second Coming), hfst. 3 (prolegomena-sectie feestenstructuur).

  6. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 7 — experimentele toe-eigening van de verzoening.

  7. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 7.

  8. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 7 (geciteerd uit Lev. 16:30-31).

  9. Warnock, b1 (The Feast of Tabernacles, 1951), hfst. 2.