Wekenfeest

Het Wekenfeest (Sjavoeot), het tweede van de drie grote pelgrimsfeesten van Israël gevierd vijftig dagen na de eerstelinggarf (Lev. 23:15-21), wordt door Jones en Warnock aangewezen als type van de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren (Hand. 2). Dit feest staat in Jones’ systematiek in het midden van de drie grote feesten: vervuld bij de eerste komst van Christus, maar slechts een eerstelingenoogst ten opzichte van de volheid die het Loofhuttenfeest typeert. Warnock beschrijft het Wekenfeest als het type van de ‘vroege regen’ — een gedeeltelijke uitstorting die het type is van de eindtijdse ‘late regen’.

Bijbelse verankering

ReferentieContext
Lev. 23:15-21Instelling van het Wekenfeest: vijftig dagen na de eerstelinggarf; broden als eerstelingen
Num. 28:26”Op de dag der eerstelingen” — alternatieve aanduiding van het Wekenfeest
Hand. 2:1-4Uitstorting van de Heilige Geest op de dag van Pinksteren — vervulling van het type
Hand. 2:16-17Petrus citeert Joël 2: “Dit is wat uitgesproken is door de profeet Joël” — expliciete vervullingsclaim
Joël 2:23”Hij zal u de vroege en late regen geven in de eerste maand” — type van gedeeltelijke en volledige uitstorting

Typologische duiding per auteur

Jones

Jones plaatst het Wekenfeest centraal in zijn schema van de drie feestdagen die de heilsgescheidenis structureren. De drie lentefeesten — Pascha, Eerstelingenfeest en Wekenfeest — zijn alle drie vervuld bij de eerste komst van Christus:

“Zelfs zoals Pascha, de eerstelingen-schoof en Pinksteren vervuld zijn bij de eerste komst van Christus, zo profeteren ook het Bazuinenfeest, de Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest van gebeurtenissen rondom de tweede komst van Christus.”1

Het Wekenfeest als type van Pinksteren is voor Jones slechts de tweede stap in een drievoudig verlossingsschema. Elk feest typeert een aspect van de verlossing:

“Er zijn drie primaire feestdagen in Israël: Pascha, Pinksteren en Loofhuttenfeest. Het vraagt alle drie de feesten om een mens te volmaken met de volheid van de Geest. Elk feest is een aspect van verlossing voor de drievoudige natuur van de mens: geest, ziel en lichaam (1Tess. 5:23).”2

Warnock

Warnock beschrijft het Wekenfeest als het type van de eerstelingenoogst van de Kerk — geweldig, maar slechts een voorproef van wat het Loofhuttenfeest typeert:

“Pinksteren betekent een grote oogst, dat is waar. Maar vergeleken met de komende heerlijkheid is het werkelijk slechts een oogst van eerstelingen… Pinksteren is geweldig… Maar hoe geweldig het ook is, Pinksteren is slechts de eerstelingen van grote en machtige dingen die de Kerk van Jezus Christus in het Loofhuttenfeest wacht.”3

De typologische structuur van Warnock plaatst het Wekenfeest als het type van de ‘vroege regen’ — de eerste uitstorting van de Geest op Pinksteren — terwijl de ‘late regen’ het eindtijdse antitype is:

“Gods belofte is iets hoogst bijzonders te doen; want Hij zou niet alleen de vroege regen geven die aan die maand toebehoort, maar Hij zou zowel de vroege regen als de late regen samen geven!”4

Gerelateerde types

  • Verbonden: eerstelingenfeest (Eerstelingenfeest gaat onmiddellijk vooraf aan het Wekenfeest in de telcyclus van vijftig dagen)
  • Verbonden: loofhuttenfeest (Loofhuttenfeest als voltooiing van de oogst waarvoor Wekenfeest de eerstelingen zijn)
  • Via getalsymboliek: 50 (Vijftig als getal van Pinksteren, jubeljaar en uitstorting van de Geest)

Voetnoten

Footnotes

  1. Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 1 — Lentefeesten vervuld bij eerste komst; herfstfeesten profeteren tweede komst.

  2. Jones, The Laws of the Second Coming, hfst. 2 — Drie feestdagen als types van drievoudige verlossing; geest/ziel/lichaam.

  3. Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 5 — Pinksteren als eerstelingen-oogst; Loofhuttenfeest als de volheid.

  4. Warnock, The Feast of Tabernacles, hfst. 10 — Vroege en late regen (Joël 2:23) als type van Pinksteren en eindtijdse uitstorting.