Definitie

Vleselijkheid (ook: vleselijk) duidt op de toestand van innerlijke overheersing door het vlees — de Adamitische, gevallen natuur — boven de geest. De term onderscheidt zich van vlees als substantief: waar vlees (σάρξ, sarx) de inherente gevallen natuur als zodanig benoemt, benoemt vleselijkheid de actieve uitdrukking van die natuur als levenspatroon. Vleselijkheid is een dynamische hamartologische toestand: men kan wedergeboren zijn en toch vleselijk leven (1 Kor. 3:1-3: Paulus noemt de Korinthiërs “vleselijk”). In het corpus wordt vleselijkheid benaderd als de voornaamste hindernis voor de vervulling van Gods bedoelingen met de gemeente in dit tijdperk.

Gebruik in het corpus

George Warnock

Warnock ziet vleselijkheid als de kerndiagnose van de kerkgeschiedenis: “De zonde en vleselijkheid van de lange loopbaan der Kerk moet uit haar midden worden weggenomen voordat zij kan ingaan in de volle zegen en kracht van het Loofhuttenfeest.” De Kerk heeft niet louter individueel gefaald maar heeft structureel, generatie na generatie, nagelaten het vlees werkelijk te kruisigen. [Warnock, The Feast of Tabernacles, Hfst. 7]

Warnock verbindt vleselijkheid direct aan de eigenwil: “Van nature worden wij voortgedreven door de begeerten of de WIL van het vlees en van het verstand, wat alleen tot slavernij leidt” (Ef. 2:2-3). De gevallen mens is uit zichzelf negatief — niet bij machte tot overwinning: “Wij zijn van nature negatief, en overwinning is niet het onze door blindelings onze eigen machteloosheid te weigeren te erkennen.” [Warnock, Evening and Morning, Hfst. 1, 4]

Cees Noordzij

Noordzij benadert vleselijkheid als de toestand van innerlijk verdeeld zijn: “In hen overheerst het zielse, dat bevrediging zoekt voor het vlees (Kol. 2:23). De ziel wil hebben. Zij begeert.” Vleselijkheid is de toestand vóór de kruisiging van het ik: “Zoonschap is geen ego-trip. Het is dood aan ons ik. Wie het Lam volgt, heeft het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd (Gal. 5:24).” De weg van het zoonschap loopt door de radicale dood aan het vleselijke ik. [Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, §20, 42]

Verwante termen