Definitie
Eigenzinnigheid duidt op de zonde van het nemen van eigen initiatief los van God — de weigering te wachten op Gods tijd en leiding, en het consequent stellen van de eigen wil boven de wil van God. In het corpus is eigenzinnigheid een specifieke zondevorm die scherp wordt onderscheiden van openlijke overtreding: Saul was niet een goddeloze maar een eigenzinnige, en dat maakt zijn val juist zo tragisch en paradigmatisch. De zonde van eigenzinnigheid vermomt zich altijd als gehoorzaamheid aan God.
Gebruik in het corpus
Cees Noordzij
Noordzij werkt eigenzinnigheid uit via het typebeeld van Saul: “Maar later werd hij een eigenzinnig man, die God het initiatief uit handen nam. Omdat hij niet kon wachten op Gods tijd, verloor hij al in het tweede jaar van zijn regering Gods zegen op zijn koningschap (1 Sam. 13:5-14).” Eigenzinnigheid is voor Noordzij de definitieve zondevorm van degene die geestelijk is gebruikt maar het initiatief van God overneemt. Het eindresultaat is het verlies van de zalving en uiteindelijk bezetenheid door een boze geest (1 Sam. 16:14). [Noordzij, Mozes en de weg tot zoonschap, §62]
George Warnock
Warnock werkt eigenzinnigheid uit via het type van Saul en Agag. De “Koning van Amalek” is voor hem een type van de eigenwil: “Men kent ware vrijheid pas wanneer die laatste grote vesting van het oude leven is neergehaald — zelfs de koning van Amalek, de WIL — en de wil van God haar plaats inneemt.” Sauls zonde was niet dat hij God verwierp, maar dat hij een deel van de buit spaarde terwijl God volledige gehoorzaamheid had gevraagd: “Hij hield vol dat hij het gebod van de Here had vervuld en was er behoorlijk trots op.” De eigenwil vermomt zich altijd als vrome gehoorzaamheid. [Warnock, Evening and Morning, Hfst. 1]