Hyperbole
Overdrijving
Hyperbole is de figuur waarin meer wordt gezegd dan letterlijk wordt bedoeld, om de zaak juist door overdrijving sterker uit te drukken. Bullinger noemt haar de superlatieve graad toegepast op werkwoorden, zinnen en beschrijvingen â niet op losse bijvoeglijke naamwoorden. Wie de figuur leest moet de letterlijke betekenis âterugvouwenâ naar het gewone formaat, en juist die actieve correctie maakt het gewicht van het beschrevene voelbaar.
Etymologie
Grieks áœÏΔÏÎČολΟ (hyperbolĂȘ), van áœÏÎÏ (hyper, âbovenâ, âoverâ) en ÎČΏλλΔÎčΜ (ballein, âwerpenâ) â letterlijk âeen werpen voorbijâ, âdoorschietenâ, âoverschotâ. De Grieken kenden de figuur ook als áŒÏαÏΟηÏÎčÏ (epauxĂȘsis, âvermeerderingâ), áœÏΔÏÎżÏÎź (hyperochĂȘ, âovervloedâ, âuitsteken-bovenâ), en áœÏÎÏΞΔÏÎčÏ (hyperthesis, âvoorbij-plaatsingâ, âsuperlatiefâ). De Latijnen vertaalden dit met superlatio (een âverder-dragenâ, âoverdrijvingâ).
Definitie
De figuur werkt door versterking. De spreker zegt meer dan letterlijk waar is â niet om te misleiden, maar om de werkelijke omvang, intensiteit of ernst te accentueren. De Heilige Geest gebruikt haar in de Schrift met volmaakte precisie: nooit zonder reden, altijd om de aandacht te richten op een grootheid die door gewone bewoording onvoldoende zou worden uitgedrukt. Hyperbole verschijnt in vier hoofdtypen: (1) eenvoudige overdrijving van handeling of toestand, (2) hyperbolische vergelijkingen waarin twee zaken zonder werkelijke overeenkomst worden samengebracht, (3) hyperbolische hypothesen die op zichzelf onmogelijk zijn maar de grootheid van het onderwerp uitdrukken, en (4) hyperbolische geboden of verboden, waarvan de letterlijke uitvoering nooit bedoeld is.
Bijbelvoorbeelden
1. Eenvoudige overdrijvingen â meer gezegd dan letterlijk gemeend:
- Gen. 41:47 â âIn de zeven jaren van overvloed bracht de aarde voort bij handenvolâ: één graankorrel bracht een hand vol op â hyperbool van een buitengewone groei.
- Gen. 42:28 â âHun hart bezweekâ (lett. âhun hart ging uitâ).
- Ex. 8:17 â âAl het stof der aarde werd luizen in het ganse Egyptelandâ: waar in het hele land stof was, werd het luizen.
- Deut. 1:28 â âDe steden zijn groot en gemuurd tot de hemel toeâ, om hun hoogte uit te drukken (vgl. Deut. 9:1).
- Richt. 20:16 â âEen ieder kon met stenen slingeren naar een haar en niet missenâ â om de ongelooflijke vaardigheid van de Benjaminieten in het slingeren te beschrijven.
- 1 Sam. 5:12 â âEn het geschrei der stad ging op naar den hemelâ, om de grootheid van het geschrei te beschrijven.
- 1 Sam. 25:37 â Nabalâs âhart stierf binnen in hem, en hij werd als een steenâ: hij werd hevig verschrikt en bezweek.
- 1 Kon. 1:40 â âZodat de aarde van hun geluid spleetâ: een hyperbolische beschrijving van hun gejuich.
- 1 Kon. 10:5 â âDaar was geen geest meer in haarâ: zij was beduusd van verbazing.
- 2 Kron. 28:9 â âEen toornigheid die tot aan den hemel reiktâ, om de intensiteit van de toorn uit te drukken.
- Ezra 9:6 â âOnze schuld is gewassen tot boven onze hoofden, en onze overtreding is groot, tot aan den hemelâ, om de ernst van IsraĂ«ls zonde te uiten.
- Ps. 107:26 â âZij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgrondenâ, om het geweld van een storm te schilderen.
- Spr. 23:8 â âUw bete, die gij gegeten hebt, zoudt gij uitspuwenâ, om de bittere spijt uit te drukken over giften aan een verkeerde gastheer.
- Jes. 14:13 â âIk zal ten hemel opklimmenâ: om de hoogmoed van Lucifer uit te drukken.
- Klaagl. 2:11 â âMijn lever is ter aarde uitgeschudâ: om de diepte van de profetische rouw te uiten.
- Dan. 9:21 â âGabriĂ«l⊠aan mij vliegende met snelheidâ (lett. âmet afmattingâ): zo snel dat het vermoeidheid veroorzaakt.
- Matt. 21:13 â âMijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden, maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaaktâ. De Heer onderstreept hyperbolisch het verwijt uit Mal. 3:8.
- Joh. 12:19 â âZiet, de wereld gaat hem naâ. De vijanden uiten hun verontwaardiging over de menigten die Jezus volgden.
- Joh. 21:25 â âOok de wereld zelve zou de boeken die geschreven zouden worden niet bevattenâ: hyperbool van het oneindige aantal werken van Christus.
- Jak. 3:6 â âDe tong is een vuur, een wereld der ongerechtigheidâ.
2. Hyperbolische vergelijkingen â twee zaken samengebracht zonder werkelijke gemeenschappelijkheid:
âHet zand der zeeâ en âhet stof der aardeâ voor een onmetelijk getal:
- Gen. 13:16; Gen. 22:17; Gen. 28:14; 1 Kon. 4:20; Hebr. 11:12 â van Abrahams zaad.
- Richt. 7:12 â van de Midianieten.
- 1 Sam. 13:5 â van de Filistijnen.
- 1 Kon. 4:29 â van Salomoâs âwijdte van hartâ.
- Ps. 78:27 â van het gevogelte in de woestijn.
Andere hyperbolische vergelijkingen:
- 2 Sam. 1:23 â Saul en Jonathan âsneller dan arenden, sterker dan leeuwenâ.
- Job 6:3 â Jobs verdriet âzwaarder dan het zand der zeeĂ«nâ.
- Jer. 4:13 â âZijn paarden zijn sneller dan arendenâ.
3. Hyperbolische hypothesen â op zichzelf onmogelijk, maar uitdrukkend wat onbeschrijflijk groot is:
- Ps. 139:8-10 â âZo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar⊠zo ik te morgenstond vleugelen namâ: om de wonderlijke alomtegenwoordigheid Gods te tonen.
- Spr. 27:22 â âAl stiet gij den dwaas in een mortier, met een stamper in ât midden van het gestoten graan, zijn dwaasheid zou van hem niet wijkenâ.
- Obadja 1:4 â âAl verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet gij uw nest tussen de sterren â zo zal Ik u vandaar nederstotenâ (vgl. Jer. 49:16).
- Matt. 11:23 â âEn gij, KapernaĂŒm, die tot den hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoten wordenâ.
- 1 Kor. 13:1-3 â een reeks hyperbolische hypothesen om het allesoverstijgend belang van de liefde te tonen.
- Gal. 1:8 â âZo ook wij, of een engel uit den hemel u een evangelie verkondigdeâŠâ: een ondenkbare hypothese die het belang van het Evangelie onderstreept.
4. Hyperbolische geboden of verboden â niet letterlijk bedoeld, maar emfatisch:
- Matt. 5:30 â âIndien uw rechterhand u ergert, snijd ze afâ. De Heer wenst geen verminking; de hyperbool maant tot het radicaal wegnemen van wat tot zonde leidt.
- Luc. 10:4 â âGroet niemand op den wegâ: een hyperbolisch gebod om niet te talmen met ceremoniĂ«le begroetingen.
- Luc. 14:26 â âIndien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moederâ: dit âhatenâ betekent âminder achten dan Mijâ (vgl. Gen. 29:31; Rom. 9:13).
Verwante stijlfiguren
- meiosis â de tegenpool: minder gezegd dan bedoeld, om door schijnbare verkleining te vergroten
- tapeinosis â verwante figuur van vermindering, ook door verzwakking gebruikt voor versterking
- anabasis â vaak gecombineerd met Hyperbole in opklimmende beschrijvingen
- anthropopatheia â Wave C, wanneer Hyperbole op God wordt toegepast (bv. Luc. 18:5)
Bron
E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 423-428.