Catabasis

Trapsgewijze Afdaling

Catabasis is de figuur waarin een uitspraak of beschrijving stap voor stap omlaag daalt, met telkens een afname of dieper verval. De treden leiden niet naar een hoogtepunt maar naar een dieptepunt. Catabasis is de tegenfiguur van Anabasis (opklimming) en wordt door de Heilige Geest gebruikt om vernedering, ontering, smart of toenemende ellende te benadrukken. Beide figuren moeten samen worden gelezen om het contrast — opklimming naast afdaling — in zijn volle kracht te zien.

Etymologie

Grieks κατάβασις (katábasis), van κατά (katá, “neder”, “omlaag”) en βάσις (básis, “een gaan”, “stap”) — letterlijk “een neergaan”, “afdaling”. De Latijnen vertaalden de figuur met DECREMENTUM (“afname”, “vermindering”), de wederhelft van Incrementum: een toename in de tegenovergestelde richting, een toename van vermindering. Bullinger plaatst de figuur tegenover Anabasis om “het contrast helderder te zien”.

Definitie

De spreker daalt af stap voor stap. Elk volgend lid duikt dieper dan het voorgaande, zodat de last, smart of vernedering met elke trede zwaarder valt. Catabasis is geen verlies van kracht maar een groei in tegenovergestelde richting: een opeenstapeling van vermindering. De figuur dient om de diepte van menselijke vernedering, het toenemende verval van koninkrijken, een verrassende groei van de gelovige in nederigheid, of het volkomen wegzinken van de Heer Jezus in Zijn vernedering uit te drukken.

Bijbelvoorbeelden

Onverwachte Catabasis als groei in genade — Jes. 40:31:

“Maar die den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.”

De gelovige vliegt eerst (de eerste vurige bekering); naarmate zijn ervaring wint, loopt hij; en aan het einde wandelt hij. Geen achteruitgang, maar een afdaling die de groei juist toont. Bullinger wijst op Paulus’ zelfgetuigenis in dezelfde drie stappen: “in geen ding minder geweest dan de uitnemendste apostelen” (2 Kor. 11:5; 12:11), “den allerminste van al de heiligen” (Ef. 3:8), “den voornaamste der zondaren” (1 Tim. 1:15). Hoe nader bij God, hoe lager Paulus’ zelfschatting daalde.

Catabasis in profetische rouw:

  • Jer. 9:1 — “Och, dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springader van tranen! zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen der dochter mijns volks.” Drievoudige afdaling: van het hoofd naar het oog, en van het oog tot dag-en-nacht-bewening.
  • Klaagl. 4:1-2 — “Hoe is het goud zo verdonkerd, het goede fijne goud zo veranderd! De stenen des heiligdoms zijn vooraan op alle straten verworpen. De kostbare kinderen Sions, tegen het fijne goud geschat, hoe zijn zij geacht als aarden flessen, het werk van de handen eens pottenbakkers!”

Catabasis in materialen en koninkrijken:

  • Ezech. 22:18 — “Mensenkind, het huis Israëls is Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, en tin, en ijzer, en lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.” Afdaling in metalen-waarde.
  • Dan. 2:1-49 — De vier opeenvolgende wereldrijken in Nebukadnezars droombeeld: goud → zilver → koper → ijzer → leem. De afname is niet alleen in waarde, maar ook in soortelijk gewicht: goud 19,3; zilver 10,51; koper 8,5; ijzer 7,6; leem 1,9. Een Catabasis van 19,3 tot 1,9 — de wereldgeschiedenis daalt af.

Catabasis om Gods onontkoombaar oordeel te tonen:

  • Amos 9:2-3 — “Al groeven zij tot in de hel, mijne hand zou hen van daar halen; en al klommen zij in den hemel op, Ik zou hen van daar nederstoten. En al verstaken zij zich op de hoogte van Karmel, Ik zou hen naspeuren en van daar halen; en al verborgen zij zich van voor mijne ogen in den grond der zee, zo zou Ik van daar een slang gebieden, die hen bijten zou.” Catabasis tot het uiterste om de onmogelijkheid van ontsnapping aan Gods oordeel te schilderen.

Catabasis in de vernedering van Christus — Filp. 2:6-8:

De zeven trappen omlaag van de Heer Jezus:

  1. “die in de gestaltenis Gods zijnde,”
  2. “geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn,”
  3. “maar heeft Zichzelven vernietigd,”
  4. “de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende,”
  5. “en is den mensen gelijk geworden,”
  6. “en in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd,”
  7. “gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.”

Op deze zeven afdalende treden volgen in vv. 9-11 zeven opklimmende treden in Zijn verheerlijking — Catabasis en Anabasis als twee zijden van het volkomen werk van het tweede menselijk Hoofd. Bullinger wijst hierbij op het woord “roof” — Grieks ἁρπαγμός (harpagmós) — dat niet de zaak die gegrepen wordt aanduidt, maar de daad van het grijpen. De eerste Adam en zijn vrouw grepen naar gelijkheid met God onder de verleiding van de slang; de tweede Mens, in wie de gelijkheid met God wezenlijk was, greep er nooit naar, maar daalde af tot in den dood des kruises (Aoristus ἡγήσατο, “Hij liet de gedachte zelfs één keer niet binnen”).

Verwante stijlfiguren

  • anabasis — de tegenfiguur: trapsgewijze opklimming; samen te bestuderen, want Catabasis en Anabasis tonen pas hun volle kracht in onderling contrast (vgl. Filp. 2:6-11)
  • tapeinosis — verwante figuur van vermindering; Tapeinosis vermindert binnen één uitspraak, Catabasis daalt over meerdere parallelle leden
  • meiosis — eveneens een figuur van vermindering, maar Meiosis verkleint éénmalig terwijl Catabasis trapsgewijs afdaalt
  • hyperbole — Hyperbole en Catabasis kunnen samen werken: een afdaling tot in een onmogelijk-diepe diepte (vgl. Amos 9:2-3)

Bron

E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 429-434.