Anabasis

Trapsgewijze Opklimming

Anabasis is de figuur waarin een uitspraak, beschrijving of betoog stap voor stap opwaarts klimt, met telkens een toename van nadruk of betekenis. Elk volgend lid is sterker, hoger of inniger dan het voorgaande, zodat de hoorder met de tekst meeklimt naar een hoogtepunt. Anabasis vormt een paar met haar tegenfiguur Catabasis (afdaling); beide moeten samen worden bestudeerd om het contrast scherp te zien.

Etymologie

Grieks ἀνάβασις (anábasis), van ἀνά (aná, “op”, “omhoog”) en βαίνειν (baínein, “gaan”). βάσις (básis) betekent “stap”. Anabasis dus letterlijk “een opgaan”, “opklimming”. Xenophons Anabasis draagt om dezelfde reden die titel: het verhaal van de tocht van Cyrus’ leger landinwaarts, op uit het kustgebied. De Latijnen vertaalden de figuur met INCREMENTUM (“groei”, “toename”), waaruit ons “increment”. Verwante Griekse benamingen zijn AUXESIS (αὔξησις, “groei”) en — wanneer de stijging niet enkel sterker is maar leidt van het aardse naar het hemelse, van het lagere naar het hogere — ANAGOGE (ἀναγωγή, van ἀνά en ἄγειν ágein, “leiden”: “een opwaarts leiden”).

Definitie

Anabasis bouwt een opwaartse trap. Elk volgend lid is sterker dan het voorgaande, zodat de spanning toeneemt en de hoorder bij de top van de trap onontkoombaar het volle gewicht ervaart. Wanneer de toename beperkt blijft tot afzonderlijke woorden — niet hele zinnen of beelden — dan heet de figuur Climax (zie aldaar). Anabasis verschijnt vrijwel altijd in samenhang met Parallelismus (Wave C): drie of meer parallelle leden vormen samen de treden van de trap. De tegenfiguur is Catabasis, waarbij de gradatie afdaalt; Bullinger behandelt beide direct na elkaar opdat het contrast helder zou worden.

Bijbelvoorbeelden

Drievoudige Anabasis met Parallelismus — Ps. 1:1:

“Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters.”

Drie opklimmende treden in de personen:

  • de eersten zijn goddelozen, naar hun gezindheid;
  • de tweeden zijn zondaren, die hun boze gezindheid in werken uitvoeren;
  • de derden zijn spotters, die in hun goddeloosheid roemen en de gerechtigheid bespotten.

En tegelijk een opklimming in de werkwoorden: wandelen (denken, raad nemen) → staan (handelen, op de weg gaan) → zitten (zich vestigen, als op een troon). Een corresponderende Anabasis verschijnt in Ps. 2:1-3 (heidenen → volken → koningen en oversten); de vervulling staat in Hand. 4:27.

Andere voorbeelden van opklimming:

  • Ps. 7:5 — “Zo de vijand mijn ziel vervolge, en achterhale, en mijn leven ter aarde vertrede, en mijne eer in het stof doe wonen.”
  • Ps. 18:37-38 — “Ik vervolgde mijne vijanden, en kreeg ze; en keerde niet weder, totdat ik hen verdelgd had. Ik doorstak hen, dat zij niet weder konden opstaan; zij vielen onder mijne voeten.”
  • Jes. 1:4 — “Wee het zondige volk, het volk van zware ongerechtigheid, het zaad der boosdoeners, de verdervende kinderen!” — vier opklimmende benamingen van Israëls afval.
  • Ezech. 2:6 — “En gij, mensenkind, vrees niet voor hen, en vrees niet voor hun woorden, hoewel wederspannigen en doornen bij u zijn, en gij bij schorpioenen woont; vrees niet voor hun woorden, en ontzet u niet voor hun aangezicht.” Anabasis om de profeet aan te sporen tegen elke graad van weerstand het Woord onverkort te spreken.
  • Dan. 9:5 — “Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uwe geboden en van Uwe rechten.” Vijf trappen van zelfaanklacht.
  • Hab. 1:5 — “Ziet onder de heidenen, en aanschouwt, en verwondert u, verwondert u; want Ik werk een werk in ulieder dagen, hetwelk gij niet geloven zult, als het verteld zal worden.”
  • Zach. 7:11 — “Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet…” Een opklimming die Israëls verharding stap voor stap blootlegt.
  • Zach. 8:12 — “Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomste geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.”
  • 1 Kor. 4:8 — “Alrede zijt gij verzadigd, alrede zijt gij rijk geworden, zonder ons hebt gij geheerst…” Drievoudige Anabasis door Asyndeton — de weglating van “en” haast naar de top van de trap.
  • 1 Joh. 1:1 — “Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens.” Vijf opklimmende graden van zekerheid omtrent het mensgeworden Woord.

Verwante stijlfiguren

  • catabasis — de tegenfiguur: trapsgewijze afdaling; samen te bestuderen, want beide tonen pas hun volle kracht in onderling contrast
  • hyperbole — vaak gecombineerd met Anabasis om de top van de trap nog sterker te accentueren (vgl. Ezech. 2:6)
  • asyndeton — opklimming verloopt dikwijls Asyndetisch: de weglating van “en” haast naar de climax (vgl. 1 Kor. 4:8)
  • parallelismus — Wave C; Anabasis treedt vrijwel altijd op binnen parallelle leden

Bron

E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 429-434.