Tapeinosis
Vermindering
Tapeinosis is de figuur waarin een zaak wordt verkleind of verzwakt uitgedrukt, niet om haar werkelijk te verkleinen maar om haar eigen werking juist te versterken. Bullinger onderscheidt haar scherp van Meiosis: bij Meiosis wordt het ene verkleind om het andere te vergroten; bij Tapeinosis wordt hetzelfde — door schijnbare vermindering — geïntensiveerd. De figuur werkt door understatement: “geen kleinigheid” voor “iets enorms”, “niet weinig” voor “zeer veel”, “geen onaangename plek” voor “een prachtige plaats”.
Etymologie
Grieks ταπείνωσις (tapeinôsis), “vernedering”, “verlaging”. De Grieken noemden de figuur ook ἀντενaντίωσις (antenantiosis), van ἀντί (anti, “tegenover”) en ἐναντίος (enantios, “tegengesteld”) — “tegenover-stelling” als figuur. Wanneer Tapeinosis voorkomt binnen een parenthese heet zij ook ἀναίρεσις (anairesis).
Definitie
Bullinger onderscheidt twee gebruiksvormen. Bij positieve Tapeinosis wordt een woord met letterlijk-geringe inhoud (zoals “weinig”, “sommige”, “ziek”) gebruikt voor een véél grotere werkelijkheid. Bij negatieve Tapeinosis (Antenantiosis in engere zin) bereikt de schrijver hetzelfde door ontkenning: “niet houden voor” betekent dan “voor schuldig houden”, “niet doof” betekent “scherp luisteren”, “geen kleine zaak” betekent “iets enorms”. In beide gevallen verschijnt de werkelijke betekenis pas wanneer de lezer de schijnbare verzwakking corrigeert — en juist die actieve correctie geeft de figuur haar nadruk.
Bijbelvoorbeelden
1. Positieve Tapeinosis — een verkleinwoord voor een veel groter werkelijkheid:
“Eén” (Hebr. אֶחָד) in meervoud = enkele, weinige:
- Gen. 27:44 — “Vertoef bij hem enige (lett. ‘enkele’) dagen, totdat de hittige toorn uws broeders afkere”. Uit 29:20 leren wij dat Jakobs liefde voor Rachel zo groot was dat de zeven jaren als “enkele dagen” werden ervaren.
“Sommigen” (Grieks τις) in meervoud = de meerderheid:
- Rom. 3:3 — “Wat dan, zo sommigen niet geloofd hebben?“. Onze aandacht wordt juist gevestigd op het tegendeel: het waren slechts “sommigen” die geloofden, terwijl de natie als geheel niet geloofde.
- 1 Tim. 4:1 — “…dat sommigen in de laatste tijden zullen afvallen van het geloof”. Een vast aantal mensen zullen door verleidende geesten en demonen worden bedrogen in deze laatste dagen.
- Gal. 2:6 — “Maar dezen, die enig iets schenen te zijn”. Zij schenen iets te zijn; in werkelijkheid waren ze niets (vgl. 6:3).
“Zwak/ziek” voor “dood in zonde”:
- Rom. 5:6 — “Toen wij nog krachteloos waren” (ἀσθενῶν, asthenôn, “ziek”). Wij waren in werkelijkheid “dood in zonden”, maar worden hier als “zwakkelingen” aangeduid; de echte staat blijkt uit het vervolg: “goddelozen”, “zondaren”, “vijanden” (vv. 6-10).
“Bestraffing” voor de zware excommunicatie:
- 2 Kor. 2:6 — “Het is genoeg dezen, dat hij van velen aldus bestraft is” (ἐπιτιμία). De “bestraffing” is de excommunicatie zelf — een zware tucht.
2. Negatieve Tapeinosis — door ontkenning juist intensiveren:
- Ex. 20:7 — “De HEERE zal niet onschuldig houden” — d.i. Hij zal volkomen schuldig houden van de overtreding der ganse wet.
- Num. 21:23 — “Sihon liet Israël niet toe door zijn landpale te trekken” — Hebreeuws: “wilde geen toelating geven”, d.i. hij verbood niet alleen, maar verzette zich met geweld.
- Ps. 43:1 — “Doe mij recht tegen het ongoddelozen volk” (margin: “onbarmhartig”). Het Hebreeuwse לֹא חָסִיד (lô chahsîd) = “niet barmhartig”, betekent “wreed en boosaardig”.
- Ps. 51:17 — “Een gebroken en verslagen hart, o God, zult Gij niet verachten” — d.i. Gij zult het juist hartelijk aannemen, verwelkomen en zegenen.
- Ps. 78:50 — “Hij spaarde hun ziel niet van den dood” — d.i. Hij gaf hun leven over aan de pest.
- Ps. 83:1 — “Zwijg niet, o God; zie niet stil, en houd U niet ingetogen” — d.i. Sta op, spreek, verlos!
- Ps. 84:11 — “Geen goed zal Hij onthouden hun, die in oprechtheid wandelen” — d.i. Hij zal hun élk goed geven.
- Ps. 107:38 — “Hij laat hun vee niet verminderen” — d.i. Hij vermenigvuldigt hun vee overvloedig.
- Spr. 12:3 — “De mens zal niet bevestigd worden door goddeloosheid” — d.i. hij zal omvergeworpen worden.
- Spr. 17:21 — “De vader des dwaas heeft geen vreugde” — d.i. hij heeft veel verdriet.
- Spr. 18:5 — “Het is niet goed des goddelozen aangezicht aan te nemen” — d.i. het is een hatelijke zaak in Gods ogen.
- Spr. 30:25 — “De mieren zijn een volk niet sterk” — d.i. zeer zwak.
- Jes. 14:6 — “En niemand verhindert” — d.i. allen helpen mee.
- Jes. 42:3 — “Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen” — d.i. Hij zal het gekrookte riet versterken en de smeulende wiek tot vlam aanwakkeren.
- Jer. 2:8 — “De profeten profeteerden door Baäl, en wandelden naar dingen die niet baten” — d.i. die hen tot ondergang brachten.
- Zach. 8:17 — “Bemint geen valse eed” — d.i. haat élke valse eed.
- Matt. 2:6 — “En gij Bethlehem… zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda” — d.i. gij zijt de grootste!
- Matt. 12:32 — “Het zal hem niet vergeven worden” — d.i. hij zal de zwaarste straf ondergaan in deze en in de toekomende eeuw (vgl. Mark. 3:29).
- Joh. 6:37 — “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen” — veel meer ligt hierin besloten dan letterlijk wordt uitgedrukt: Ik zal hem niet alleen niet uitwerpen, maar Ik zal hem ontvangen, bewaren, verdedigen, en niemand zal hem uit Mijn hand rukken.
Verwante stijlfiguren
- meiosis — verwante maar onderscheiden figuur: bij Meiosis wordt het ene verkleind om het andere te vergroten
- litotes — Latijnse term die vaak met Tapeinosis wordt geassocieerd
- parenthesis — Anaeresis is de naam voor Tapeinosis binnen parenthese
- ellipsis — zie Joh. 6:37 (verband met Repeated Negation)
Bron
E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 159-164.