Anthropopatheia

Goddelijke gevoelsuitdrukking

Anthropopatheia is de figuur waarbij menselijke gevoelens, hartstochten of affecten worden toegeschreven aan God — niet als naïef anthropomorfisme, maar als een bewuste goddelijke condescensio: God daalt neer in de taal van de mens om Zijn betrokkenheid bij de schepping en de mensheid uit te drukken. Bullinger onderscheidt dit van antropomorfisme (toeschrijving van lichaamsorganen aan God): Anthropopatheia gaat specifiek over innerlijke gemoedstoestanden.

Etymologie

Van het Grieks ἀνθρωποπάθεια (anthropopatheia): anthrôpos (mens) + pathos (lijden, gevoel, aandoening). In het Latijn condescensio (neerdaling, tegemoetkoming). De figuur drukt uit dat God Zijn wil en betrokkenheid communiceert in de termen van menselijke emotie — berouw, jaloezie, gramschap, droefheid, vreugde — om het voor de mens begrijpelijk te maken.

Definitie

Anthropopatheia is een accommodatiefiguur: de oneindige God past Zijn zelfopenbaring aan het eindige begripsvermogen van de mens aan. Bullinger benadrukt dat zulke uitdrukkingen niet letterlijk mogen worden genomen alsof God werkelijk menselijke hartstochten ondergaat op de manier waarop mensen dat doen; tegelijk zijn het geen loze metaforen. Ze onthullen de echte betrokkenheid van God bij de menselijke geschiedenis, maar in taal die mensen kunnen begrijpen.

Bijbelvoorbeelden

Het berouw Gods — de vloed:

  • Gen. 6:6 — “En het berouwde den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart”
  • Ex. 32:14 — “Zo berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gezegd had Zijn volk te zullen doen”

De jaloersheid Gods:

  • Ex. 20:5 — “Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God”
  • Deut. 4:24 — “Want de HEERE uw God is een verterend vuur; Hij is een ijverig God”
  • Nah. 1:2 — “De HEERE is een ijverig en wreker God”

De droefheid Gods:

  • Ps. 78:65 — “Toen ontwaakte de Heere als een slapende… als een sterkeman, die van wijn juicht”
  • Jes. 42:14 — “Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij gestild en ingehouden; als een barende vrouw zal Ik het uitschreeuwen”

De smart en de genegenheid Gods:

  • Hos. 11:8 — “Hoe zal Ik u overgeven, Ephraim?… Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouwingen zijn te zamen ontstoken”
  • Jer. 31:20 — “Is Efraïm Mij een dierbare zoon, of een troetelkind?… Mijn ingewand heeft zich over hem bewogen; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen”

De toorn Gods:

  • Rom. 9:22 — “En of God, willende Zijn toorn bewijzen en Zijn macht bekend maken, met veel lankmoedigheid verdragen heeft de vaten des toorns, tot het verderf toebereid”

Verwante stijlfiguren

  • prosopopoeia — mensen en dingen worden als persoon behandeld; bij Anthropopatheia wordt God menselijk behandeld
  • simile — God wordt soms door een Simile vergeleken met menselijke situaties (Jes. 42:14)
  • metaphor — de enkelvoudige overdracht; Anthropopatheia is specifiek voor de goddelijke sfeer

Bron

E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 871-894.