Prosopopoeia

Personificatie

Prosopopoeia is de figuur waarbij levenloze dingen, abstracte begrippen, of afwezige dan wel reeds gestorven personen worden voorgesteld als aanwezig en levend, of als sprekende en handelende subjecten. Hierdoor krijgen onzichtbare geestelijke realiteiten een stem en een gedrag.

Etymologie

Van het Grieks προσωποποιία (prosôpopoiia): prosôpon (gezicht, persoon, masker) + poiein (maken). Letterlijk: “het maken van een persoon” of “het geven van een gezicht”. In het Latijn fictio personae (het verzinnen van een persoon). Bullinger onderscheidt meerdere vormen: (1) levenloze zaken spreken als personen, (2) afwezige personen worden als aanwezig aangesproken, (3) gestorven personen worden als levend voorgesteld.

Definitie

Prosopopoeia overschrijdt de grens tussen het levende en het levenloze, het aanwezige en het afwezige, het zichtbare en het onzichtbare. De figuur maakt geestelijke realiteiten concreet en aanschouwelijk: de schepping klaagt, de wijsheid roept, de zonde heerst als een persoon, de aarde beeft. Bullinger classificeert dit als een figuur van verandering (Wave C) omdat de normale categorieën van persoon/ding worden omgewisseld.

Bijbelvoorbeelden

De schepping als wachtende persoon (Jones: Rom. 8:19):

  • Rom. 8:19-22 — “Want het schepsel verwacht met groot verlangen de openbaring der kinderen Gods… want het schepsel is der ijdelheid onderworpen… en het schepsel zelf ook zal bevrijd worden van de dienstbaarheid der verderfelijkheid… Wij weten immers dat het gehele schepsel tezamen zucht en tezamen in barensnood is”
    • Bullinger: de schepping als subject dat verwacht, zucht, en in barensnood is — Jones: dit vers koppelt Prosopopoeia aan de openbaring der zonen Gods (Rom. 8:19)

De wijsheid als roepende vrouw:

  • Spr. 8:1-36 — “Roept niet de wijsheid, en verheft de verstandigheid haar stem niet?… Ik was daaglijks Zijn vermaking, te allen tijd voor Zijn aangezicht spelende” — de Wijsheid spreekt als persoon bij de schepping

De natuur als reagerende getuige:

  • Ps. 114:3-7 — “De zee zag het en vluchtte; de Jordaan keerde achterwaarts… Gij bergen, dat gij huppelde als rammen, en gij heuvelen als lammeren des kuddes?”
  • Jes. 55:12 — “alle bomen des velds zullen met handgeklap klappen”
  • Hab. 2:11 — “Want de steen zal uit de muur roepen, en het gebint uit het houtwerk zal hem antwoorden”

De Zonde en de Dood als heersende machten:

  • Rom. 5:14 — “de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes”
  • Rom. 5:17 — “door de overtreding van één de dood geheerst heeft door één”
  • Rom. 7:8-11 — “Maar de zonde heeft door het gebod oorzaak genomen… en heeft mij door hetzelve gedood” — de Zonde treedt op als een persoon die verleidelijk binnenkomt, gevangen neemt, en doodt

De zielen onder het altaar:

  • Openb. 6:10 — “En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet”

Verwante stijlfiguren

  • allegory — voortgezette metafoor; soms verweven met Prosopopoeia
  • metaphor — de enkelvoudige beeldspraak
  • anthropopatheia — menselijke gevoelens aan God toegeschreven; bij Prosopopoeia worden menselijke eigenschappen aan niet-mensen toegeschreven

Bron

E.W. Bullinger, Figures of Speech Used in the Bible (1898), pp. 861-877.